Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (2)

2 – DE FRANSEN SCHEPEN ZICH IN

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Louis-Napoléon Bonaparte, neef van Napoleon I door de grote man’s broer Joseph, had zijn Saint-Simonistische blik al lange tijd geleden op Centraal Amerika laten vallen. Mexico, rijk in natuurlijke grondstoffen, met een klimaat dat gunstig is voor velerlei gewassen, een bodem die propvol zit met mineralen en een ideale geografische ligging, was een land dat zijn fantasie prikkelde. Degene die controle had over dit land had niet alleen toegang tot al deze rijkdommen, maar zou ook de handel beheersen rond een toekomstig “kanaal van de twee oceanen”.
Maar eerst moest hij een doeltreffender bestuur vestigen dan dat van een Juárez. Alleen een stabiele regeringsvorm en directe banden met Europa zouden voldoende vertrouwen kunnen genereren om kapitaal en immigranten aan te trekken. De Mexicaanse emigrés waren het er roerend mee eens: na veertig jaren van republikeinse instabiliteit was het tijd voor een monarchie om de zaken over te nemen.
En de tijd leek nu rijp. Daar waren de Verenigde Staten, niet bij machte om in te grijpen vanwege hun Burgeroorlog; daar was een Mexicaanse regering die nauwelijks in staat zou zijn om serieus verzet te bieden; daar was de onvoorwaardelijke steun van de Kerk en de grootgrondbezitters. Door de liberale partij te vernietigen zou hij dit land van overvloed kunnen beheersen, Frankrijk tot de eerste economische macht in de wereld maken, en bovendien ook nog kunnen poseren als Strijder voor het Geloof, zoals hij in Syrië en Rome had gedaan.

“Het is ons belang dat de Verenigde Staten machtig en voorspoedig zullen zijn, maar het is in het geheel niet in ons belang dat ze de hele Golf van Mexico in hun greep zouden krijgen, vandaar de Antillen en Zuid Amerika zouden regeren, en zo de enige verspreider van producten van de Nieuwe Wereld zouden zijn.”

En dus stuurt Napoleon zijn zaakgelastigde, Dubois de Saligny, om te rapporteren over de mogelijkheden van een interventie. De boodschapper leert dat de conservatieven zijn verdreven, de Kerk bedreigd wordt door inbeslagname, dat de betaling van de buitenlandse schuld is uitgesteld en dat de Mexicaanse regering in het geheel niet van plan is om Europese zakenlieden te betalen of schadeloos te stellen voor geleverde goederen of voor verliezen die door de burgeroorlog veroorzaakt zijn. Het rapport is meer dan bevredigend. De keizer weet dat hij een solide excuus heeft voor een invasie, en dat hij zal worden bijgestaan door de twee andere belangrijke schuldeisers: Spanje en Engeland.

Op 31 oktober 1861 tekenen Groot-Brittannië, Spanje en Frankrijk de Conventie van Londen. Engeland vraagt niet méér dan de betaling van de schulden, maar Spanje en Frankrijk zijn het erover eens dat Juárez’ regime moet verdwijnen. Ze verschillen echter van mening over de kandidaat voor de toekomstige monarchie. In Madrid denkt koningin Isabella aan een Bourbon; in Parijs suggereert minister Thouvenel aartshertog Maximiliaan van Habsburg, een katholieke prins die favoriet is bij de paus.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Op 6 januari 1862 verschijnt een Europees flottielje voor de kust van Mexico. Een legertje van 2500 Fransen, 800 Engelsen en 6800 Spanjaarden, onder bevel van de indrukwekkende generaal Prim y Prats, markies van los Castillejos, ontscheept en bezet Vera Cruz. Ze hijsen hun vlaggen en vaardigen een proclamatie uit. En dan komt de hele zaak tot stilstand. De Mexicanen trekken zich simpelweg terug en laten de geallieerden achter, gevangen op het plateau, waar de gele koorts, de “vomito”, al snel de eerste slachtoffers maakt.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Wat nu gedaan? Prim, niet op zijn achterhoofd gevallen, begrijpt de enorme risico’s van een opmars naar Mexico-stad met een troepenmacht van niet meer dan 10.000 man. Hij stelt voor om te onderhandelen. En dan begint de alliantie uit elkaar te vallen. Het eerste wat ze doen was wat ze in Londen zouden hebben moeten doen: elke partij brengt zijn eisen naar voren, die in totaal niet minder dan 40 miljoen dollar belopen. Om nu zo’n bedrag te eisen van een bankroete regering waarvan de jaarlijkse inkomsten niet meer dan $ 10.000.000 bedragen is niet alleen onrealistisch: het is gênant. En dan, temidden van al die gêne, komt Dubois de Saligny op de proppen met de Jecker claim, waarmee nog eens $ 18.000.000 aan de eisen worden toegevoegd.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

De Engelse zaakgelastigde, Sir Charles Wyke, noemt de eis “beschamend”. Het wordt duidelijk dat de Fransen een eigen agenda volgen, en dat een overeenkomst met de Mexicaanse regering daar niet op staat. Te meer wanneer, samen met een Franse versterking van 4000 man, een groep Mexicaanse emigrés ontscheept, geleid door een man die we eerder hebben gezien: generaal Almonte, de ambassadeur van de verslagen conservatieve regering in Frankrijk. Hij verklaart dat hij de opdracht heeft om een monarchie te vestigen in Mexico ten gunste van een Oostenrijkse prins. Sir Charles vraagt hem in naam van welke regering hij dan wel spreekt? Zeker niet in die van hem, en ook niet in die van Spanje, zoals een al even verbijsterde generaal Prim bevestigt. Wanneer Almonte antwoordt dat hij het vertrouwen heeft van de Franse regering, en dat hij handelt op gezag van keizer Napoleon, is de breuk een feit. Op 9 april 1862 schepen de Engelsen en de Spanjaarden zich in, en zetten koers naar Europa.

Hoe de Fransen het zich hebben voorgesteld om het Mexicaanse leger te verslaan met hun kleine expeditiemacht gaat alle begrip te boven. Misschien hebben de emigrés ze ervan weten te overtuigen dat alleen de aanblik van een Frans uniform al voldoende zou zijn om de bevolking en masse te laten opstaan tegen Juárez? Of zou Napoleon, in plaats van naar de stem van het gezonde verstand, liever geluisterd hebben naar die van zijn nieuwe bevelhebber, die hem voorhield dat “dank zij de onvergelijkelijke superioriteit van het Franse ras, haar gevoel voor organisatie en discipline, gepaard aan haar morele standaard, kon hij, hij: generaal Lorencez, Zijne Keizerlijke Majesteit ervan verzekeren dat Hij meester is van Mexico” ? Hoe het ook zij, de Franse commandant, generaal Charles de Latrille, graaf van Lorencez, opent bij de eerste de beste aanleiding de vijandelijkheden en marcheert op naar Mexico-stad.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

 

 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

INHOUDSOPGAVE