Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (1/1)

1 – DE OORSPRONG

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Dit is Nueva España, een Spaanse kolonie sinds Hernán Cortés in 1521 zo grondig het rijk van de Azteken vernietigde. Ze werd geregeerd door een elite van adel en Katholieke geestelijkheid, die het grootste deel van de grond bezat en enorme privileges genoot. In 1810, toen de liberale denkbeelden van de tijd ook Mexico bereikten, klom dorpspastoor Miguel Hidalgo in de klokkentoren van zijn kerkje en luidde een bloedige onafhankelijkheidsoorlog in, die duurde tot 1821.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867Augustín de Iturbide was luitenant in het Spaanse leger aan het begin van de revolte. Hij klom, zoals die dingen gaan in tijden van reuring, snel op tot de rang van generaal. In 1820 koos hij de zijde van de rebellen en nam zijn loyale troepen met zich mee. Korte tijd later, in 1821, lukte het hem om de Spanjaarden te verdrijven. Hij was misschien een ferm soldaat, maar geen beste onderhandelaar: hij liet ze vertrekken met de waarde van hun grondbezit in harde valuta. In 1822, bij gebrek aan Europese koninklijke sollicitanten, werd hij tot constitutioneel keizer gekroond van een onafhankelijke maar bankroete natie. Toen hij op zijn beurt werd afgezet in 1823 werd Mexico een republiek, en een lange reeks revoluties volgde, voornamelijk te wijten aan de vijandschap van twee partijen: de conservatieven, waarin de Kerk en de grootgrondbezitters waren verenigd, en de liberalen.

 

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

De man links is president Santa Anna. Toen hij in functie was brak er een oorlog uit met de Verenigde Staten. Mexico verloor, en daarmee, door het Verdrag van Guadalupe Hidalgo, meer dan de helft van haar grondgebied. Dit is een van de redenen voor de heftige weerstand die de mogelijkheid van de vestiging van een sterk Mexicaans keizerrijk zou wekken in de Verenigde staten. Zoals generaal Grant schreef, in zijn brief van 1 september 1865 aan president Johnson: “Iedereen is het erover eens dat, behalve een loslaten van de lang verkondigde Monroe doctrine, non-interventie in Mexicaanse zaken zal leiden tot een kostbare en bloedige oorlog daarna of een afstand van grondgebied dat nu in ons bezit is.”

 

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Hier is een andere president: Ignacio Comonfort. Hij was president toen een Constitutionele Vergadering, bijeengekomen in 1857, aan het werk ging om een einde aan de macht en de privileges van de conservatieve kerkpartij te maken. De raakste klap was de nationalisatie van kerkelijk bezit ter waarde van 200 miljoen dollar (dat nu, gemeten naar bruto nationaal product, bijna 700 miljard zou bedragen). Onmiddellijk pleegde een groep van conservatieve generaals een coup. Anti-constitutionele machten geleid door Felix Zuloaga namen bezit van de hoofdstad en de zwakke Comonfort schoof de constitutie aan de kant die hij zojuist plechtig gezworen had te zullen verdedigen. Daarna veranderde hij weer van gedachten en kon, na zo het vertrouwen en de steun van beide partijen te hebben verloren, niets anders meer doen dan zijn ontslag indienen.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Dit is Benito Juárez, de president van het Hooggerechtshof aan wie, volgens de grondwet, het ambt van president van de republiek zou toevallen bij afwezigheid of onmacht van de verkozen persoon. Terwijl de kerkpartij het nationale paleis in Mexico-Stad in bezit nam en generaal Zuloaga tot president uitriep, vestigde hij de grondwettige regering in het 350 km. noordelijker gelegen Guanajuato.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Zuloaga werd al snel vervangen door deze figuur: generaal Miguel Miramón. Nou zou het logisch zijn om te veronderstellen dat de rebellie waarmee de kerkpartij Miramón aan de macht had geholpen ondersteund zou worden met de rijkdom die diezelfde partij probeerde te beschermen. Niets daarvan. Toen de gebruikelijke praktijken van afpersing en diefstal (bedreven door beide partijen!) niet meer toereikend waren om de oorlog vol te houden deed Miramón, niet gehinderd door scrupules of angst voor de consequenties, twee ongelooflijk onbezonnen dingen: ten eerste liet hij zijn mannen inbreken in het huis van de Britse legatie om daar £ 152,000 sterling te stelen, bezit van Engelse aandeelhouders. Het tweede zou nog noodlottiger blijken: hij ging in zee met ene Jean-Baptiste Jecker, een Zwitserse bankier van twijfelachtige reputatie.

 

 

©2010, Marcel Wick

volgende pagina

INHOUDSOPGAVE