Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (10/1)

10 – HET EINDE

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867

De republikeinen hebben met hernieuwde kracht het offensief hervat. Guadalajara valt in handen van generaal Uraga, en in juli gaan Matamoras, Monterey en de havenstad Tampico verloren, en daarmee de helft van de inkomsten van het keizerrijk. Bittere gevoelens verscheuren het imperialistische kamp na deze nieuwe tegenslagen. Iedereen beschuldigt elkaar van het spelen van dubbel spel met de Verenigde Staten. De Mexicanen beschuldigen de Fransen ervan het land te willen overdragen aan de Liberalen, en de Fransen verwijten de imperialisten dat ze allerlei complicaties veroorzaken om Frankrijk nog verder te verstrikken in Mexicaanse zaken.

Om er zeker van te zijn dat er niet nòg meer verloren gaat beveelt Bazaine de bezetting van het douanekantoor van Vera Cruz. Maximiliaan is woedend. De animositeit bereikt het punt van openlijke vijandigheid. In een brief aan Eloin van 29 mei 1866 schrijft hij: “De maarschalk doet, uit luiheid of kwaadwilligheid, niets, zoals hij nooit iets heeft gedaan, om het nationale leger te organiseren sinds de vier jaren die hij al in Mexico heeft doorgebracht. Ikzelf heb persoonlijk de directie in handen genomen, en ik verplicht de maarschalk om een- of tweemaal per week de militaire raad bij te wonen die ik voorzit. Ik neem mij voor om keizer Napoleon, in amicale brieven, de notulen van deze zittingen te zenden, zodat hij eindelijk duidelijk kan zien wie hier werkt en wie hier niets doen.” en: “Nu ziet men duidelijk wie alleen de schuld draagt, en waarom we tot op heden nog geen nationaal leger hebben kunnen oprichten”.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 Veel te laat, nu de republikeinen zo ongeveer op zijn stoep staan, heeft Maximiliaan besloten om een nationaal leger op poten te zetten. Niet dat hij bij zinnen is gekomen: ook de rest van de brief is die van een man die het contact met de realiteit volledig heeft verloren. “Op 6 juli verschijnen de nieuwe munten, waarvan de matrijs zoveel moeite heeft gekost, maar die zo mooi zullen zijn dat weinig landen zulk een goede munt zullen hebben”. Vanaf de wankelende troon van zijn failliete rijk, tot aan zijn enkels in het bloed, staat deze arme, incompetente dwaas over zijn nieuwe munten te juichen.

Maar wanneer later die maand Napoleon zonder omwegen het einde van de Franse interventie aankondigt, lijken ten slotte dan toch de schellen van zijn ogen te vallen. Hij is bereid om afstand te doen. Hij is vastbesloten om afstand te doen.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867Maar Charlotte is nog steeds in sprookjesland. Waar vertegenwoordigers en brieven niets kunnen bereiken, zo redeneert ze, zal de persoonlijke aanpak zeker succes hebben. Als zij nu eens naar Parijs zou gaan om persoonlijk met Hunne Majesteiten te spreken, dan zou er vast wel een manier gevonden worden om het keizerrijk te redden. Max is net zo gemakkelijk overtuigd als altijd. Op 9 juli vertrekt de keizerin naar Europa, Max achterlatend met een lange vermaning om niet af te treden: “Karel X en mijn grootvader (Louis-Philippe) waren zelf verloren door afstand te doen. (…) afstand doen is zijn eigen veroordeling uitspreken, zichzelf een brevet van onvermogen geven. Het is alleen toelaatbaar in de ouden of de zwakken van geest (…) Dat alles is een Prins van het Huis van Habsburg niet waardig.”

In Parijs redetwist, bezweert en argumenteert Charlotte, maar het is allemaal, natuurlijk, zinloos. Napoleon heeft lang geleden al besloten om de stekker eruit te trekken. “Geen sou, geen man meer voor Mexico”. Charlotte neemt dan de trein naar Rome, om nòg maar eens te proberen om een concordaat met de paus te sluiten en om hem te vragen om Napoleon te pressen om zijn woord te houden. Maar nu Victor Emmanuel op zijn eigen voordeur staat te bonken kan Zijne Heiligheid het zich niet veroorloven om de Fransen te ergeren. Het blijft “non possumus”.

De spanning van haar onsuccesvolle, wanhopige missie; de uitputting van het jarenlang voeren van een verloren strijd; de stress van een ongelukkig huwelijk; wat de oorzaak ook moge zijn, ze stort in. De arme vrouw krijgt een volledige zenuwinzinking en wordt onder medisch toezicht opgesloten in het kasteel van Miramar. Haar laatste telegram aan Maximiliaan luidt: “Todo es inutil”.
 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

INHOUDSOPGAVE