Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (8)

8 – ONTGOOCHELING

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
Het leger dat het keizerrijk in het veld kan brengen bestaat, naast de Fransen, uit een Oostenrijks-Belgische troepenmacht van 8000, en een nationaal leger van ongeveer 6000 man.
In het Verdrag van Miramar, getekend op de dag van Maximiliaan’s troonsbestijging, was overeen gekomen dat de Fransen zich weliswaar zouden terugtrekken, maar in gradaties: van 35.000 in 1864 naar 28.000 in 1865, naar 25.000 in 1866, en naar 20.000 in 1867. Het Vreemdelingenlegioen, 8000 man sterk, zou in Mexico blijven voor ten minste zes jaar. Dit zou Maximiliaan voldoende tijd geven om een nationaal leger op te bouwen dat het van de Fransen zou kunnen overnemen. Dat zag er op papier allemaal heel redelijk en weldoordacht uit, maar toen het uiteindelijk -en veel te laat- in praktijk werd gebracht, bleek het een bijna onmogelijke taak.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
De commandant van het Belgische detachement, luitenant-kolonel Alfred van der Smissen aan de Belgische minister van oorlog: “in België kan men zich geen voorstelling maken van het Mexicaanse leger, dat is te zeggen de vijf- of zesduizend bandieten waaruit het is samengesteld, ezeldrijvers, bakkersjongens, opgeklommen uit de rangen om kolonel te worden. Mendez zelf, een van de besten, was, twaalf jaar geleden, een kleermakersknecht, vervolgd voor het stelen van zakdoeken in Mexico-stad”.

“Om mannen te recruteren neemt men ze met geweld gevangen en brengt ze naar de barakken tussen een rij van bajonetten. Op het moment dat men ze door een veld van suikerriet leidt waar ze zich kunnen verbergen, deserteren ze (…) De dag dat het Franse leger zich inscheept, zal het keizerrijk met een klap ineen storten.”

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
De Oostenrijks-Belgische troepen worden een nieuwe bron van moeilijkheden. De officieren van het Oostenrijkse contingent zijn Solferino en Magenta nog niet vergeten, en bij elk meningsverschil met de Franse bondgenoten lopen de gemoederen hoog op. De situatie wordt gecompliceerd door Maximiliaan, die een militair kabinet opricht dat de Austro-Belgische troepen afzonderlijk bestuurt, en ze zo buiten de jurisdictie plaatst van de man die verondersteld wordt hun opperbevelhebber te zijn: maarschalk Bazaine.

Hoewel het land nu bijna geheel in handen is van de Fransen is hun aantal, verspreid over zo’n groot gebied, hopeloos ontoereikend om het permanent te bezetten. De op prooi beluste bendes die vechten onder republikeinse vlag zitten ze constant op de hielen, klaar om zich op het dorp of stadje te storten dat de Fransen noodgedwongen onbeschermd achter moeten laten. Op gruwelijke wijze wordt er wraak genomen op de bevolking. De Franse interventie verliest zo met de dag aan populariteit.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
Begin 1865 wordt de staat van beleg afgekondigd. Bazaine probeert zo niet alleen het banditisme te bestrijden, maar ook de groeiende militaire desintegratie die de stand van zaken onvermijdelijk met zich meebrengt. Hij ondervindt weinig steun van de kant van de keizerlijke regering. Maximiliaan staat erop dat alle zaken hem persoonlijk worden voorgelegd voordat een vonnis wordt uitgevoerd. Meermaals, als onderdeel van zijn pogingen zich te verzoenen met de Liberalen, verleent hij de veroordeelden gratie. Dit tot woede van Bazaine, die “het beu is Franse levens op te offeren voor het enige klaarblijkelijke doel om een Oostenrijkse aartshertog de kans te geven om de grootmoedige te spelen”.

Commandant Loysel legt het allemaal nog maar eens uit aan de keizer: “Als men de rechtbanken hun gezag ontneemt, zijn ze niet langer van nut. In ieder geval, men moet zich hoeden voor de overgevoeligheid van hen die uit angst tussenbeide komen ten faveure van de misdadigers”.

Max besluit wijselijk dat hij niet meer op de hoogte gebracht wenst te worden van de handelingen van de militaire rechtbanken. Toch begint het in Parijs klachten te regenen van Maximiliaan over Bazaine en vice versa. De maarschalk verliest niet Napoleon’s vertrouwen, maar Napoleon verliest wel zijn geduld met Max. Keizerin Eugénie schrijft kribbig aan Charlotte: “De maarschalk is onze beste soldaat. Hij beoordeelt de gebeurtenissen met een scherpe blik en een vastbeslotenheid die in ieder opzicht opmerkelijk zijn.” En daar is de kous mee af.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
Terwijl de wreedheden aan beide zijden toenemen, dringt Napoleon aan op draconische maatregelen. Een angstaanjagende figuur verschijnt op het toneel: kolonel Dupin, die wordt gestuurd om de contra-guerilla ter hand te nemen. Gehaat en veracht door de reguliere troepen wordt Dupin, die graag opschept over hoezeer hij geniet van het plunderen van de dorpen die hij zuivert van de Juaristas, aan het hoofd geplaatst van een bende galgenaas dat al even genadeloos is als hijzelf: immigranten uit Louisiana, Spaanse deserteurs en Mexicanen die bereid zijn tot zo ongeveer alles om maar niet van de honger om te hoeven komen.

In de herfst van 1865 wordt in de hoofdstad het -valse- nieuws verspreid dat Juárez de grens is overgestoken en het land heeft verlaten. Maximiliaan is buiten zinnen van vreugde. Op 3 oktober vaardigt hij het beruchte “zwarte decreet” uit, het “bando negro”. In dit fatale stuk, opgesteld en geredigeerd door Bazaine (zoals Maximiliaan later kleinzielig zal verklaren), wordt gesteld dat de oorlog voorbij is, en dat daarom vanaf nu iedere republikein die gewapend verzet biedt zichzelf buiten de wet stelt en, indien gevat, standrechtelijk zal worden gefusilleerd binnen 24 uur. Wanneer een paar dagen later de republikeinse generaals Arteaga en Salazar zich overgeven aan generaal Mendez en krachtens het decreet worden doodgeschoten, stijgt er zulk een kreet van verontwaardiging op dat de keizer zijn vergissing zou hebben moeten inzien.

De oorlog is een doodsstrijd geworden, en de echo’s van de geweerschoten weerklinken tot over de grenzen en reiken tot in de Senaat van de Verenigde Staten: “Een inhumaan en barbaars decreet, een schending van de krijgswetten, de rechten van het Mexicaanse volk, en van de beschaving van de 19de eeuw”.
Donkere wolken verschijnen aan de noordelijke horizon.

 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

 

INHOUDSOPGAVE