Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (9/1)

9 – ONTLUISTERING

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
De dreiging die de V.S. vormen hing steeds als een zwaard van Damocles boven de interventie. Alleen de Burgeroorlog had haar mogelijk gemaakt, en Napoleon heeft, vanaf het begin, steeds geprobeerd om de Confederatie te steunen tegen de Unionisten. Volgens John Slidell, de Zuidelijke zaakgelastigde in Frankrijk, was de keizer “overtuigd van de gerechtigheid van de algemene erkenning van de Geconfedereerde Staten door de Europese Mogendheden, maar dat de handel van Frankrijk en het succes van de Mexicaanse Expeditie in gevaar zouden worden gebracht door een breuk met de Verenigde Staten, dat, in het geval van moeilijkheden met dat land, geen andere Mogendheid dan Engeland over een afdoende marine beschikte om hem efficiënte steun te geven in een oorlog op de oceaan die hij daarentegen niet voorzag, wanneer Engeland hem zou volgen in erkenning.” Maar Engeland was niet van zins om dat te doen, en Napoleon durfde nooit openlijk het Zuiden te steunen, hoewel er in Bordeaux oorlogsschepen gebouwd werden voor de marine van de Confederatie.

Om eerder genoemde redenen was de Unie fel gekant tegen de vestiging van een keizerrijk in Mexico. Op 4 april 1864 namen de Senaat en het Huis van Afgevaardigden een resolutie aan tegen de erkenning ervan, en hoewel er voorlopig geen actie kon worden ondernomen, werd Napoleon herhaaldelijk geïnformeerd over de positie van de V.S. door de Staatssecretaris, William Seward. Maximiliaan’s zaakgelastigde señor Arroyo, die naar Washington was gestuurd om die erkenning te verkrijgen, werd niet eens ontvangen.

En nu keren de zaken zich ten kwade. Op 9 april 1865 capituleert generaal Lee voor het leger van de Unie en eindigt de Burgeroolog. Eensklaps verschuift het militaire toneel naar de Rio Grande: 60.000 soldaten worden verzameld bij de grens. En hoewel de steun op dit moment nog niet officieel of openlijk is, worden de rangen van de Liberalen versterkt met vrijwilligers uit de V.S.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867Maar er is ook een andere kant, die misschien een kans biedt om het tij nog te keren. Op 28 juni rapporteert U.S. generaal Sheridan aan generaal Grant: “Kirby Smith, Magruder, Shelby, Slaughter, Walker en anderen van militaire rang zijn naar Mexico gegaan. Alles op wielen -artillerie, paarden, muilezels, etc.- zijn naar Mexico overgebracht. Grote en kleine groepen soldaten van de rebellen en enige burgers, ongeveer 2000, zijn de Rio Grande overgestoken naar Mexico (…) De rebellen die naar Mexico zijn gegaan koesteren sympathie voor de Imperialisten, en dit gevoel is ongetwijfeld wederkerig.”

De keizerlijke regering, maar ook individuele grondbezitters, moedigen vluchtelingen uit het noorden aan om de agrarische mogelijkheden van het land te komen ontwikkelen. Plannen worden gemaakt voor een kolonie van Geconfedereerden in de provincie Sonora, die natuurlijk een formidabel bolwerk zou vormen tegen een dreiging uit de V.S. Napoleon is er helemaal voor te vinden en belooft alle hulp en bijstand. Het enige wat nog ontbreekt is de handtekening van Maximiliaan. Maar keizer Max, die zonder enige verstandelijk beredeneerbare grond nog steeds hoopt op erkenning door Washington, is tegen. En zo wordt alweer een kans op redding weggegooid.

“God geeft dat onze soeverein zijn ogen opent, want door ze dicht te houden gaat alles verkeerd”, verzucht grootmaarschalk Almonte. Maar terwijl het keizerrijk bergafwaarts gaat, knijpt de soeverein ze nog steviger dicht.

“Wij zijn hier, mijn goede vader en lieve moeder, in een miserabel land, totaal verschillend van wat men zich voorstelt in Frankrijk (…) Zonder pessimistisch te willen zijn, is men gedwongen in te zien dat het misgaat. De keizer en de keizerin maken fouten als om strijd, en men hoort woorden die vertaald en samengevat zouden kunnen worden in één enkel: ‘vertrek!’ Iedere dag verliezen ze aan consideratie. Ik wilde zeggen prestige, maar het is al lange tijd geleden dat hun daar nog wat van restte en dat verbaast me helemaal niet (…). Ze hebben geen wens en geen begrip dan voor kinderachtige zaken, voor het regelen van de snit van de broek of het kostuum dat men aan het hof draagt. De enige functionaris die druk bezet is, en werkelijk zeer serieus, is de ceremoniemeester. Alles wat raakt aan etiquette is van ongeëvenaard belang en geregeld, meestentijds, door de keizer en de keizerin zelf. Daarenboven maakt hij een toestand over onbenulligheden die de gevoelens kwetsen en ergeren door een zekere ridicule te werpen op hen die ze begaan. Zeker, alles is niet verloren, maar er is veel te doen als men de verloren grond wil herwinnen”. De graaf van Béarn is niet de enige die zulke harde woorden spreekt.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
Om het moreel op te vijzelen besluiten de Majesteiten om eens flink werk te maken van Onafhankelijkheidsdag, 15 september. Een wandeling door de hoofdstad op een tapijt van bloemen, gevolgd door een Te Deum in de kathedraal, een grootse ceremonie op het Plaza Mayor en een bal, het schitterendste sinds hun aankomst in Mexico. Het wordt een complete afgang. Op hun “Champs Elysées” van Chapultepec naar de hoofdstad zijn slechts een handjevol mensen komen opdagen om de vergulde staatsiekoets voorbij te zien komen. Als ze aankomen op het enorme en bijna lege Plaza Mayor beginnen kleine groepjes, onder de vensters van het paleis en in de schaduw van de kathedraal, te roepen: “Dood aan de keizer! Dood aan Carlota! Dood aan de Fransen!”

Die avond, in een oogverblindende japon bezet met kostbare juwelen, presideert de keizerin over het bal. Zonder een glimlach. Waarschijnlijk kon ze het niet horen, maar ze moet zeker hebben kunnen raden wat er werd gefluisterd: “Wat een onbeschaamdheid, wat een onhandigheid vooral. Ik wed dat de koerier die morgen naar Europa vertrekt beladen zal zijn met zure opmerkingen over de tactloze monarchen die rond paraderen terwijl mensen sterven aan de voet van hun paleis”.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867En de dag heeft nòg een verrassing in petto voor de beproefde keizerin. Met zijn gevoel voor symboliek, en onverschillig tegenover de gevoelens van zijn vrouw, heeft Maximiliaan onafhankelijkheidsdag gekozen om de adoptiepapieren te tekenen voor twee kleinzoons van de bevrijder en eerste keizer van Mexico: de twee jaar oude Augustín en de vijftienjarige Salvador de Iturbide. De eerste om te worden grootgebracht in het paleis als opvolger voor de troon, de tweede ongetwijfeld voor op de reservebank. Als de keizer denkt het enthousiasme van zijn volk terug te winnen door zijn naam aan die van de vrijheidsstrijder te verbinden en een “Mexicaanse” dynastie te stichten, komt hij alweer bedrogen uit. Maar de Amerikaanse kranten berichten hun lezers graag over alweer een nieuwe misdaad van de Oostenrijkse onderdrukker: kidnapping. De arme Maximiliaan kan gewoon geen goed doen.
 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

 

INHOUDSOPGAVE