Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (9/2)

9 – ONTLUISTERING (2)

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867Niet alleen de Amerikanen zaniken aan Napoleon’s hoofd om een einde te maken aan zijn Mexicaanse uitspatting. Op 7 maart 1865 overlijdt de hertog van Morny, de man die het Corps Législatif zo volledig domineerde. In hem verliest Napoleon een waardevolle veiligheidsklep op de kokende ketel van de Franse politiek. In het begin van 1866 moet de keizer baron Saillard naar Mexico sturen met de mededeling dat het Corps Législatif niet langer fondsen vrij kan maken voor het onderhoud van de troepen in Mexico, en dat hij daarom gedwongen is ze zo snel mogelijk terug te trekken.

 
 

Voor ieder verstandig mens zou dit een geschenk uit de hemel zijn. Hier is een gouden kans om de hele rotzooi te kunnen laten voor wat hij is en naar huis te gaan zonder gezichtsverlies. Nu kan Maximiliaan, en met recht, Napoleon publiekelijk beschuldigen van het breken van de overeenkomst die het fundament is van het keizerrijk. Maar zijn antwoord is even dom als waardig: “Mijnheer, mijn broeder, Uwe Majesteit beschouwt zichzelf (…) niet bij machte zich aan de plechtige verdragen te houden die hij met mij getekend heeft nauwelijks twee jaar geleden, en hij heeft dit mij kenbaar gemaakt met een oprechtheid die hem tot eer strekt. Ik ben te veel uw vriend om de oorzaak te willen zijn van een gevaar voor Uwe Majesteit of zijn dynastie. Ik stel daarom voor, met een vriendschappelijkheid gelijk aan de uwe, dat u onmiddellijk uw troepen terugtrekt van het Amerikaanse continent. Ik van mijn kant, geleid door eer, zal trachten in het reine te komen met mijn landgenoten op een loyale wijze en een Habsburg waardig.”

Als hij na een nachtje slaap weer bij zinnen komt stuurt hij haastig zijn secretaris, Félix Eloin, naar Europa. Hij word koeltjes ontvangen in Parijs, waar de keizer hem “zelfs niet éénmaal de hand schudde”. De audiëntie in Brussel bij Charlotte’s broer, Leopold II (haar vader is in december gestorven) is minder kil, maar even vruchteloos.

Meer delegaties en zaakgelastigden worden op missies gestuurd naar Rome en Wenen, en allemaal zonder resultaat. Almonte, terug in de gratie -Max maakt hem het dubieuze compliment “het beste wat Mexico heeft voortgebracht”- probeert het nog een keer in Parijs, maar moet een rapport terugsturen van dezelfde strekking als de boodschap van Saillard.

In april 1866 komt John Bigelow, de Amerikaanse ambassadeur in Frankrijk, na onophoudelijke druk en beleefde dreigementen tot een overeenkomst met Napoleon: de troepen in Mexico zullen teruggetrokken worden in drie etappes, waarvan de laatste is vastgesteld op 1 november 1867. Op 30 juli heeft Napoleon een nieuw voorstel voor Maximiliaan. In ruil voor de helft van de douaneinkomsten van Tampico en Vera Cruz is hij bereid om zijn troepen niet onmiddellijk terug te trekken maar, jawel, in drie etappes, de laatste op 1 november 1867.

En Napoleon zet er vaart achter. Hij instrueert Bazaine formeel om Maximiliaan’s regering geen fondsen meer voor te schieten, en alleen het Austro-Belgische contingent te betalen. Het Mexicaanse leger mag ontbonden worden.

Het is voor iedereen nu wel duidelijk dat de Fransen hun biezen pakken en dat het met het keizerrijk is gedaan. Voor iedereen, behalve voor Hunne Keizerlijke Majesteiten, die nu, ver weg in dromenland, volledig het noorden kwijt lijken zijn.
 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

INHOUDSOPGAVE

 

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (9/1)

9 – ONTLUISTERING

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
De dreiging die de V.S. vormen hing steeds als een zwaard van Damocles boven de interventie. Alleen de Burgeroorlog had haar mogelijk gemaakt, en Napoleon heeft, vanaf het begin, steeds geprobeerd om de Confederatie te steunen tegen de Unionisten. Volgens John Slidell, de Zuidelijke zaakgelastigde in Frankrijk, was de keizer “overtuigd van de gerechtigheid van de algemene erkenning van de Geconfedereerde Staten door de Europese Mogendheden, maar dat de handel van Frankrijk en het succes van de Mexicaanse Expeditie in gevaar zouden worden gebracht door een breuk met de Verenigde Staten, dat, in het geval van moeilijkheden met dat land, geen andere Mogendheid dan Engeland over een afdoende marine beschikte om hem efficiënte steun te geven in een oorlog op de oceaan die hij daarentegen niet voorzag, wanneer Engeland hem zou volgen in erkenning.” Maar Engeland was niet van zins om dat te doen, en Napoleon durfde nooit openlijk het Zuiden te steunen, hoewel er in Bordeaux oorlogsschepen gebouwd werden voor de marine van de Confederatie.

Om eerder genoemde redenen was de Unie fel gekant tegen de vestiging van een keizerrijk in Mexico. Op 4 april 1864 namen de Senaat en het Huis van Afgevaardigden een resolutie aan tegen de erkenning ervan, en hoewel er voorlopig geen actie kon worden ondernomen, werd Napoleon herhaaldelijk geïnformeerd over de positie van de V.S. door de Staatssecretaris, William Seward. Maximiliaan’s zaakgelastigde señor Arroyo, die naar Washington was gestuurd om die erkenning te verkrijgen, werd niet eens ontvangen.

En nu keren de zaken zich ten kwade. Op 9 april 1865 capituleert generaal Lee voor het leger van de Unie en eindigt de Burgeroolog. Eensklaps verschuift het militaire toneel naar de Rio Grande: 60.000 soldaten worden verzameld bij de grens. En hoewel de steun op dit moment nog niet officieel of openlijk is, worden de rangen van de Liberalen versterkt met vrijwilligers uit de V.S.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867Maar er is ook een andere kant, die misschien een kans biedt om het tij nog te keren. Op 28 juni rapporteert U.S. generaal Sheridan aan generaal Grant: “Kirby Smith, Magruder, Shelby, Slaughter, Walker en anderen van militaire rang zijn naar Mexico gegaan. Alles op wielen -artillerie, paarden, muilezels, etc.- zijn naar Mexico overgebracht. Grote en kleine groepen soldaten van de rebellen en enige burgers, ongeveer 2000, zijn de Rio Grande overgestoken naar Mexico (…) De rebellen die naar Mexico zijn gegaan koesteren sympathie voor de Imperialisten, en dit gevoel is ongetwijfeld wederkerig.”

De keizerlijke regering, maar ook individuele grondbezitters, moedigen vluchtelingen uit het noorden aan om de agrarische mogelijkheden van het land te komen ontwikkelen. Plannen worden gemaakt voor een kolonie van Geconfedereerden in de provincie Sonora, die natuurlijk een formidabel bolwerk zou vormen tegen een dreiging uit de V.S. Napoleon is er helemaal voor te vinden en belooft alle hulp en bijstand. Het enige wat nog ontbreekt is de handtekening van Maximiliaan. Maar keizer Max, die zonder enige verstandelijk beredeneerbare grond nog steeds hoopt op erkenning door Washington, is tegen. En zo wordt alweer een kans op redding weggegooid.

“God geeft dat onze soeverein zijn ogen opent, want door ze dicht te houden gaat alles verkeerd”, verzucht grootmaarschalk Almonte. Maar terwijl het keizerrijk bergafwaarts gaat, knijpt de soeverein ze nog steviger dicht.

“Wij zijn hier, mijn goede vader en lieve moeder, in een miserabel land, totaal verschillend van wat men zich voorstelt in Frankrijk (…) Zonder pessimistisch te willen zijn, is men gedwongen in te zien dat het misgaat. De keizer en de keizerin maken fouten als om strijd, en men hoort woorden die vertaald en samengevat zouden kunnen worden in één enkel: ‘vertrek!’ Iedere dag verliezen ze aan consideratie. Ik wilde zeggen prestige, maar het is al lange tijd geleden dat hun daar nog wat van restte en dat verbaast me helemaal niet (…). Ze hebben geen wens en geen begrip dan voor kinderachtige zaken, voor het regelen van de snit van de broek of het kostuum dat men aan het hof draagt. De enige functionaris die druk bezet is, en werkelijk zeer serieus, is de ceremoniemeester. Alles wat raakt aan etiquette is van ongeëvenaard belang en geregeld, meestentijds, door de keizer en de keizerin zelf. Daarenboven maakt hij een toestand over onbenulligheden die de gevoelens kwetsen en ergeren door een zekere ridicule te werpen op hen die ze begaan. Zeker, alles is niet verloren, maar er is veel te doen als men de verloren grond wil herwinnen”. De graaf van Béarn is niet de enige die zulke harde woorden spreekt.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
Om het moreel op te vijzelen besluiten de Majesteiten om eens flink werk te maken van Onafhankelijkheidsdag, 15 september. Een wandeling door de hoofdstad op een tapijt van bloemen, gevolgd door een Te Deum in de kathedraal, een grootse ceremonie op het Plaza Mayor en een bal, het schitterendste sinds hun aankomst in Mexico. Het wordt een complete afgang. Op hun “Champs Elysées” van Chapultepec naar de hoofdstad zijn slechts een handjevol mensen komen opdagen om de vergulde staatsiekoets voorbij te zien komen. Als ze aankomen op het enorme en bijna lege Plaza Mayor beginnen kleine groepjes, onder de vensters van het paleis en in de schaduw van de kathedraal, te roepen: “Dood aan de keizer! Dood aan Carlota! Dood aan de Fransen!”

Die avond, in een oogverblindende japon bezet met kostbare juwelen, presideert de keizerin over het bal. Zonder een glimlach. Waarschijnlijk kon ze het niet horen, maar ze moet zeker hebben kunnen raden wat er werd gefluisterd: “Wat een onbeschaamdheid, wat een onhandigheid vooral. Ik wed dat de koerier die morgen naar Europa vertrekt beladen zal zijn met zure opmerkingen over de tactloze monarchen die rond paraderen terwijl mensen sterven aan de voet van hun paleis”.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867En de dag heeft nòg een verrassing in petto voor de beproefde keizerin. Met zijn gevoel voor symboliek, en onverschillig tegenover de gevoelens van zijn vrouw, heeft Maximiliaan onafhankelijkheidsdag gekozen om de adoptiepapieren te tekenen voor twee kleinzoons van de bevrijder en eerste keizer van Mexico: de twee jaar oude Augustín en de vijftienjarige Salvador de Iturbide. De eerste om te worden grootgebracht in het paleis als opvolger voor de troon, de tweede ongetwijfeld voor op de reservebank. Als de keizer denkt het enthousiasme van zijn volk terug te winnen door zijn naam aan die van de vrijheidsstrijder te verbinden en een “Mexicaanse” dynastie te stichten, komt hij alweer bedrogen uit. Maar de Amerikaanse kranten berichten hun lezers graag over alweer een nieuwe misdaad van de Oostenrijkse onderdrukker: kidnapping. De arme Maximiliaan kan gewoon geen goed doen.
 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

 

INHOUDSOPGAVE

 

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (8)

8 – ONTGOOCHELING

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
Het leger dat het keizerrijk in het veld kan brengen bestaat, naast de Fransen, uit een Oostenrijks-Belgische troepenmacht van 8000, en een nationaal leger van ongeveer 6000 man.
In het Verdrag van Miramar, getekend op de dag van Maximiliaan’s troonsbestijging, was overeen gekomen dat de Fransen zich weliswaar zouden terugtrekken, maar in gradaties: van 35.000 in 1864 naar 28.000 in 1865, naar 25.000 in 1866, en naar 20.000 in 1867. Het Vreemdelingenlegioen, 8000 man sterk, zou in Mexico blijven voor ten minste zes jaar. Dit zou Maximiliaan voldoende tijd geven om een nationaal leger op te bouwen dat het van de Fransen zou kunnen overnemen. Dat zag er op papier allemaal heel redelijk en weldoordacht uit, maar toen het uiteindelijk -en veel te laat- in praktijk werd gebracht, bleek het een bijna onmogelijke taak.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
De commandant van het Belgische detachement, luitenant-kolonel Alfred van der Smissen aan de Belgische minister van oorlog: “in België kan men zich geen voorstelling maken van het Mexicaanse leger, dat is te zeggen de vijf- of zesduizend bandieten waaruit het is samengesteld, ezeldrijvers, bakkersjongens, opgeklommen uit de rangen om kolonel te worden. Mendez zelf, een van de besten, was, twaalf jaar geleden, een kleermakersknecht, vervolgd voor het stelen van zakdoeken in Mexico-stad”.

“Om mannen te recruteren neemt men ze met geweld gevangen en brengt ze naar de barakken tussen een rij van bajonetten. Op het moment dat men ze door een veld van suikerriet leidt waar ze zich kunnen verbergen, deserteren ze (…) De dag dat het Franse leger zich inscheept, zal het keizerrijk met een klap ineen storten.”

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
De Oostenrijks-Belgische troepen worden een nieuwe bron van moeilijkheden. De officieren van het Oostenrijkse contingent zijn Solferino en Magenta nog niet vergeten, en bij elk meningsverschil met de Franse bondgenoten lopen de gemoederen hoog op. De situatie wordt gecompliceerd door Maximiliaan, die een militair kabinet opricht dat de Austro-Belgische troepen afzonderlijk bestuurt, en ze zo buiten de jurisdictie plaatst van de man die verondersteld wordt hun opperbevelhebber te zijn: maarschalk Bazaine.

Hoewel het land nu bijna geheel in handen is van de Fransen is hun aantal, verspreid over zo’n groot gebied, hopeloos ontoereikend om het permanent te bezetten. De op prooi beluste bendes die vechten onder republikeinse vlag zitten ze constant op de hielen, klaar om zich op het dorp of stadje te storten dat de Fransen noodgedwongen onbeschermd achter moeten laten. Op gruwelijke wijze wordt er wraak genomen op de bevolking. De Franse interventie verliest zo met de dag aan populariteit.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
Begin 1865 wordt de staat van beleg afgekondigd. Bazaine probeert zo niet alleen het banditisme te bestrijden, maar ook de groeiende militaire desintegratie die de stand van zaken onvermijdelijk met zich meebrengt. Hij ondervindt weinig steun van de kant van de keizerlijke regering. Maximiliaan staat erop dat alle zaken hem persoonlijk worden voorgelegd voordat een vonnis wordt uitgevoerd. Meermaals, als onderdeel van zijn pogingen zich te verzoenen met de Liberalen, verleent hij de veroordeelden gratie. Dit tot woede van Bazaine, die “het beu is Franse levens op te offeren voor het enige klaarblijkelijke doel om een Oostenrijkse aartshertog de kans te geven om de grootmoedige te spelen”.

Commandant Loysel legt het allemaal nog maar eens uit aan de keizer: “Als men de rechtbanken hun gezag ontneemt, zijn ze niet langer van nut. In ieder geval, men moet zich hoeden voor de overgevoeligheid van hen die uit angst tussenbeide komen ten faveure van de misdadigers”.

Max besluit wijselijk dat hij niet meer op de hoogte gebracht wenst te worden van de handelingen van de militaire rechtbanken. Toch begint het in Parijs klachten te regenen van Maximiliaan over Bazaine en vice versa. De maarschalk verliest niet Napoleon’s vertrouwen, maar Napoleon verliest wel zijn geduld met Max. Keizerin Eugénie schrijft kribbig aan Charlotte: “De maarschalk is onze beste soldaat. Hij beoordeelt de gebeurtenissen met een scherpe blik en een vastbeslotenheid die in ieder opzicht opmerkelijk zijn.” En daar is de kous mee af.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
Terwijl de wreedheden aan beide zijden toenemen, dringt Napoleon aan op draconische maatregelen. Een angstaanjagende figuur verschijnt op het toneel: kolonel Dupin, die wordt gestuurd om de contra-guerilla ter hand te nemen. Gehaat en veracht door de reguliere troepen wordt Dupin, die graag opschept over hoezeer hij geniet van het plunderen van de dorpen die hij zuivert van de Juaristas, aan het hoofd geplaatst van een bende galgenaas dat al even genadeloos is als hijzelf: immigranten uit Louisiana, Spaanse deserteurs en Mexicanen die bereid zijn tot zo ongeveer alles om maar niet van de honger om te hoeven komen.

In de herfst van 1865 wordt in de hoofdstad het -valse- nieuws verspreid dat Juárez de grens is overgestoken en het land heeft verlaten. Maximiliaan is buiten zinnen van vreugde. Op 3 oktober vaardigt hij het beruchte “zwarte decreet” uit, het “bando negro”. In dit fatale stuk, opgesteld en geredigeerd door Bazaine (zoals Maximiliaan later kleinzielig zal verklaren), wordt gesteld dat de oorlog voorbij is, en dat daarom vanaf nu iedere republikein die gewapend verzet biedt zichzelf buiten de wet stelt en, indien gevat, standrechtelijk zal worden gefusilleerd binnen 24 uur. Wanneer een paar dagen later de republikeinse generaals Arteaga en Salazar zich overgeven aan generaal Mendez en krachtens het decreet worden doodgeschoten, stijgt er zulk een kreet van verontwaardiging op dat de keizer zijn vergissing zou hebben moeten inzien.

De oorlog is een doodsstrijd geworden, en de echo’s van de geweerschoten weerklinken tot over de grenzen en reiken tot in de Senaat van de Verenigde Staten: “Een inhumaan en barbaars decreet, een schending van de krijgswetten, de rechten van het Mexicaanse volk, en van de beschaving van de 19de eeuw”.
Donkere wolken verschijnen aan de noordelijke horizon.

 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

 

INHOUDSOPGAVE

 

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (7)

7 – ONTNUCHTERING

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
De niet aflatende Juárez daargelaten, zou de berg aan problemen die de nieuwe heersers wacht zelfs de zonnigste van alle optimisten hebben ontmoedigd. Naderhand schrijft Maximiliaan, in een brief aan de Franse financiële adviseur Langlais, wat hij aantrof: “slechts een tiende van het land was gepacificeerd. Op onze hielen, twee uren achter ons, betwistte Porfirio Diaz ons de weg naar de hoofdstad. De schatkist was compleet leeg. Een nationaal leger bestond niet. Talrijke ongedisciplineerde bendes, verzameld onder de naam van hulptroepen, verslonden de middelen. Ik had weinig tijd nodig om getroffen te worden door de chimaera van het bouwwerk, en om te begrijpen hoe zeer men misbruik had gemaakt van het vertrouwen van keizer Napoleon.” Desondanks komt het hem als de meest urgente taak voor om het kasteel van Chapultepec, dat hun “Mexicaanse Schönbrunn” moet worden, te verbouwen. Hij ziet geen reden om te bezuinigen: een charmant klein theater wordt toegevoegd aan de plannen en een lange boulevard “zoals de Champs Elysées” zal het kasteel gaan verbinden met het Plaza Mayor in de stad.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
En dan, nauwelijks twee maanden na zijn aankomst, draagt hij het bestuur over aan zijn vrouw en verlaat de hoofdstad voor een lange rondreis door zijn nieuwe land. Het zware escorte van Franse cavalerie dat hem begeleid is geen overbodige luxe. Voor het eerst begint de waarheid achter de “stem van het volk”, waarop hij zo had aangedrongen als voorwaarde voor het aanvaarden van de troon, tot hem door te dringen: “de bevolking was zeer heetgebakerd en, toen we vertrokken, erg gevaarlijk”. Daarenboven is hij geschokt overal corrupte rechters en immorele geestelijken aan te treffen. “Ik stelde vast dat dit Mexico erg verschilde van het Mexico dat men ons beschreef in Miramar.” Na zijn terugkeer begint hij meteen met het opstellen van instructies voor de prefecten. Maar in plaats van klaar en duidelijk de problemen te benoemen schrijft hij een waarachtige roman waarin banditisme, omkoping, religie, landbouw, de staat van de wegen, de verbetering van het equine ras, de zoektocht naar mineralen, het verlaten van onbebouwd land en scholing in opperste wanorde over elkaar heen tuimelen. Dan, in zeven enorme folianten, legt hij zijn nieuwe wetten neer, in een poging tot een onmiddellijke oplossing van problemen te komen die zo groot zijn dat er meerdere generaties voor nodig zouden zijn.

“Opnieuw”, zo schrijft Charlotte vol bewondering, “getuigt Max van een ongewone wijsheid. Wat hij heeft gedaan voor de prefecten is een voorbeeld van alles wat men liberaal, nobel en rechtvaardig zou kunnen noemen.”

Liberaal, nobel en rechtvaardig. Hier is in drie woorden de onmogelijkheid van Maximiliaan’s politiek. De conservatieve partij, die hem op zijn troon heeft geholpen, zit niet te wachten op liberaal, nobel en rechtvaardig: ze wil gewoon haar bezit en haar status terug. De Fransen, van wiens leger zijn troon afhangt, hoeven ook geen liberaal, nobel en rechtvaardig: zij willen hun geld terug, en daar bovenop de controle over de economie van Zuid-Amerika, als ze ermee weg kunnen komen. En de liberalen, de enigen die liberaal, nobel en rechtvaardig willen -of tenminste roepen dat ze dat willen-, willen niets te maken hebben met de troon, noch met degene die erop zit. Voor hen is hij niet meer dan een marionet van de Fransen en van de conservatieve onderdrukkers.

Maximiliaan kan zoveel wetten uitvaardigen als hij wil: er gebeurt helemaal niets zolang hij vast houd aan zijn beleid van tegenstanders het hof maken en medestanders van zich vervreemden. En op dit moment vormen zijn vrienden een groter gevaar voor hem dan zijn vijanden: de kwestie van de teruggave van het grondbezit van de kerk is compleet tot stilstand gekomen, en daarmee al het andere.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
Overigens slaat Charlotte bepaald geen slecht figuur als regentes: Gravin de Courcy, de vrouw van Bazaine’s stafchef generaal Roussel de Courcy, schrijft dat haar man vond dat de keizerin regeerde “…naar eenieder’s tevredenheid en tot voordeel van de algemene zaak (…) Ze houdt zeer van beweging, zowel van de ceremoniële taken als van de zorg voor politiek, zeer verschillend van haar echtgenoot, die van niets zo veel houdt als van kalmte, rust, en de betrekkelijke eenzaamheid die enkel is voorbehouden aan prinsen.”

Naarmate de problemen hem boven het hoofd groeien zal Maximiliaan steeds vaker van huis zijn: op rondreis, of in zijn haciënda in Cuernavaca, waar hij zich troost met wijn en jonge juffrouwen. Maar in plaats van zich gelukkig te prijzen dat hij het bestuur in zulke goede handen kan achterlaten maken de loftuitingen hem jaloers: Charlotte wordt terug in haar salon gecommandeerd.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867Met spanning wachten de majesteiten op de komst van een pauselijke nuntius, mgr. Meglia. Maar als Max verwacht dat de paus zijn zaakgelastigde stuurt om de Mexicaanse bisschoppen aan het verstand te peuteren dat ze wat “water bij hun miswijn” moeten doen, staat hem een onaangename verrassing te wachten. Verre van het matigen van de eisen van de geestelijken doet de nuntius er nog een schepje bovenop. Volgens hem moet de kerk gewoon alles terugkrijgen, en dat zonder verantwoording af te moeten leggen aan wie dan ook, zelfs niet aan de keizer. Iedere poging om tot een vergelijk te komen wordt hooghartig en zonder discussie verworpen. De houding van de nuntius is zo extreem dat Max denkt dat hij niet goed bij zijn verstand is.

Charlotte: “Niets heeft me een beter idee gegeven van de hel dan dat gesprek, want de hel is niets anders dan een impasse zonder uitweg. Alles glijdt van die man af als van gepolijst marmer.“ Aan generaal Bazaine vertrouwt ze toe dat het “het beste zou zijn om de nuntius uit het raam te gooien”.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
De houding van mgr. Meglia zou echter niemand hoeven verbazen die de moeite had genomen om naar de toenmalige stand van zaken in Italië te kijken, en, inderdaad, al helemaal niet de voormalige onderkoningen van Lombardije. Op 15 september 1864 komen de Fransen met Piedmonte overeen om de twee regimenten terug te trekken die ze in de eeuwige stad hebben ter bescherming van de paus. Dit zou onvermijdelijk tot de annexatie van het patrimonium van St. Pieter leiden door het nieuwe, verenigde Italië. De belegerde paus, wiens wereldlijke macht als vorst van de Kerkelijke Staat aan een zijden draadje hangt, antwoordt met een encycliek op 8 december: “Quanta Cura” (“met hoeveel zorg”) waarin hij, met het reactionaire irrealisme van de wanhopige, zo ongeveer elk modern idee verfoeit, zoals vrijheid van meningsuiting, vrijheid van geweten, van godsdienst, van onderwijs; het principe van voorrang van de staat boven de kerk, de ideeën van liberalisme, van socialisme, en zo voort en zo verder. Bijzonder onverteerbaar vind Zijne Heiligheid de gedachte dat “de geestelijke dienaren der Kerk en de paus van Rome geheel uitgesloten moeten worden van alle beheer en eigendom van tijdelijke zaken”, en: “dat in de staatkunde voldongen feiten, alleen daardoor, dat zij voldongen zijn, kracht van wet bezitten”. Vanaf nu heeft de paus nog maar één antwoord voor iedereen, inclusief keizer Max: “non possumus”.

De Kerk mag zich onbuigzaam tonen, Max doet er niet voor onder. Hij verklaart zijn intenties om de wetten van Satan Juárez betreffende de nationalisatie van kerkelijk bezit en het toelaten van andere godsdiensten te ratificeren. Nog vóór zijn eerste jaar als staatshoofd voorbij is, is het hem gelukt om de geestelijkheid aan zijn groeiende lijst van tegenstanders toe te voegen.

En nu, in al zijn onervarenheid en onhandigheid, maakt hij zich op om de Franse bevelhebber, Achille Bazaine, inmiddels bevorderd tot Maarschalk van Frankrijk, tegen zich in het harnas te jagen.
 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (6/2)

6 – EEN BLIJDE INTOCHT (2)

Na twee weken, op 12 juni 1864, komen ze aan in Mexico-stad. Om de gelegenheid een gedenkwaardige te maken hebben de Fransen en de kerkpartij alles in stelling gebracht om het enthousiasme van de bevolking te mobiliseren en indruk te maken op buitenlandse waarnemers. Triomfbogen van groen overspannen de belangrijkste wegen naar de Plaza Mayor, en zo ver het oog reikt puilen de feestelijk versierde vensters, de straten en de platte daken van de huizen uit van de mensen, die proberen een glimp op te vangen van de nieuwe heersers.

Charlotte in een van haar vele brieven naar Europa: “Het welkom dat we kregen was er een zoals ik nooit heb gezien. Het was als de uitbarsting van bevrijding, en als een soort delirium dat Mexico had overspoeld”. De Franse kranten jubelen: “Geen enkele roep van haat; de hoera’s ontsprongen aan de ziel en stegen op naar het cortège als de echo van een levendige innerlijke emotie”.
De eerste hofdame van de keizerin, gravin Kollonitz, blijft er nuchter onder: “De zaken zien er beter uit dan men had kunnen hopen”.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
En inderdaad: tijdens die eerste maanden lijkt het alsof het keizerrijk het werkelijk gaat redden. Met Juárez die zich maar amper staande weet te houden in het noorden en alleen generaal Porfirio Diaz die nog enige weerstand van betekenis biedt in het zuiden, zijn de Liberalen in de rol van rebellen gedwongen, terwijl de nieuwe keizerlijke regering in de comfortabele positie van wettig gezag glijdt. De Europese ambassadeurs aarzelen niet om deze klaarblijkelijke legitimiteit zonder meer te aanvaarden.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867
De glans van het hofleven, maar meer nog de opleving van de handel en de overvloed aan geld die zo vrijelijk het land binnengebracht en uitgegeven wordt, verblindt het volk. De opbrengsten van de douanekantoren van Vera Cruz en Tampico schieten omhoog; grote spoorwegconcessies worden aan Europese bedrijven verleend onder solide garanties; telegraaflijnen worden opgericht; kolen-, goud- en zilvermijnen worden, of staan op het punt om te worden, geëxploiteerd, en vanaf de keizerlijke troon wordt een stroom aan decoraties, titels en benoemingen uitgestort over de hoofden van de dankbare onderdanen.

Het begint er daadwerkelijk naar uit te zien dat Napoleon uit het avontuur gaat komen met eer en winst. Maar het is één ding om een land te bezetten, het presidentiële paleis aan een keizer te verhuren en een feestje te bouwen. Het is een hele andere zaak om een keizerrijk op poten te zetten op een permanente basis. Zoals Plon-plon opmerkt: “Je kunt van alles doen met bajonetten, behalve erop zitten”.

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867

Juárez zelf, die moet toegeven dat de bezetter resultaten boekt, blijft vastberaden: “Wij, de republikeinen, moeten alles doen tegen ongeacht welke prijs om Maximiliano primero te bestrijden”.
 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

 

 

 

 

 

INHOUDSOPGAVE

 

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (6/1)

6 – EEN BLIJDE INTOCHT

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867
Op de 14de april schepen ze in op het Oostenrijkse vlaggenschip SMS Novara. De eerste halte is Rome, waar de paus, Pius IX, ze een waarlijk vorstelijke ontvangst heeft bereid. Een indrukwekkende erewacht van pauselijke zouaven en Franse chasseurs, in Rome om de pauselijke gebieden te beschermen tegen de aanstormende vloedgolf van de Italiaanse eenheidsbeweging, staan opgesteld langs de route. Pontificale Mis, diners, sightseeing, recepties… maar de audiëntie met de Heilige Vader wordt verdaan met kletspraat. Nu, wanneer een concordaat nog mogelijk is, worden de problemen met de Mexicaanse kerk nauwelijks genoemd. Misschien probeert de paus zijn positie uiteen te zetten in de sybillische spraak die zo typerend is voor de eeuwenoude diplomatieke traditie van het Vaticaan: “Groot is het recht van volkeren, en het is noodzakelijk om hen genoegdoening te geven. Maar groter en heiliger zijn de rechten van de Kerk”. Het gaat allemaal voorbij aan Max. De ‘cameriere segreto’ van de paus, mgr. de Mérode, schrijft naderhand: “Het is te betreuren dat de keizer zijn kaarten niet op tafel heeft gelegd en zei: Dit is wat ik kan toegeven; dat is wat ik eis”.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867
Na deze kans te hebben verprutst schepen de twee zich in voor het vervolg van hun reis. Onderweg kunnen ze geen constructievere bezigheid bedenken dan tot in de kleinste details de etiquette en het protocol van hun toekomstige hof vast te leggen. De rangorde, de uniformen, de eretitels: het wordt een boekwerk van 300 pagina’s in quarto. Voor de vele mensen die hen vergezellen voorzien ze belangrijke functies met een ruimhartige beloning. De jaarlijkse kosten van de civiele lijst belopen niet minder dan 1.500.000 pesos. Daarbovenop worden er nog eens 200.000 toegekend aan het Huis van de Keizerin. Ter vergelijking: de voorafgaande Mexicaanse presidenten moesten de touwtjes aan elkaar zien te knopen met 36.000 per jaar.

Op 28 mei komen ze eindelijk aan in Vera Cruz. De eerste regeringsdaad: de verdienstelijke en ervaren generaal Almonte, die aan boord komt om de tekenen van zijn functie over te dragen aan Maximiliaan, wordt gepromoveerd tot de zuiver ceremoniële rang van grootmaarschalk en aan de kant geschoven. Dan, samen met een gevolg van 85 man, een bagage van 500 hutkoffers en een schitterende vergulde koets, ontscheept het keizerlijke paar om de hartverwarmende toejuichingen van hun nieuwe onderdanen in ontvangst te nemen. Maar in plaats van de verwachte ovaties klinkt er niets dan de oorverdovende stilte van de realiteit. De straten van Vera Cruz zijn verlaten. Behalve een handjevol notabelen van de stad vertoont zich niemand. Zelfs het Franse garnizoen is in de barakken gebleven.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867
Zonder verdere plichtplegingen vertrekken ze naar de hoofdstad. Eerst per trein, daarna per rijtuig, getrokken door muilezels. Als de as van hun mooie statiekoets breekt moeten ze -o, ironie- de reis voortzetten in een ‘Diligencia de la República’. De wegen zijn om te huilen zo slecht. Meerdere keren zijn ze gedwongen om de nacht door te brengen in hun rijtuig, en het is alleen te danken aan hun escorte van lanciers dat ze niet uitgeschud worden door de bandieten die zich in het struikgewas verbergen. Af en toe worden ze begroet met de warme toejuichingen van groepen indianen, die denken dat de lange witte keizer is gekomen om ze te bevrijden van het zware juk van hun Spaanse meesters. Ook zij zullen worden teleurgesteld.
In de steden langs de route is de ontvangst nauwelijks beter dan die in Vera Cruz. In Puebla nota bene, de stad waar zo zwaar om gevochten is, is Maximiliaan zo onhandig om tijdens een speech te midden van de stukgeschoten huizen de Franse keizer te bedanken voor zijn hulp bij het bestijgen van de troon.
 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

INHOUDSOPGAVE

 

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (5/2)

5 – LES ARCHIDUPES (2)

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Gedwongen teruggetrokken in hun schitterende kasteel van Miramar bij Triëste, zakte het paar nu weg in een periode van verveling en vervreemding. Niemand meer die op hun vriendelijke woorden of beminnelijke hoofdknikken wachtte; geen toejuichingen meer; geen diners meer; geen gala’s meer om voor te zitten. Terwijl Maximiliaan afleiding zocht in Wenen, tussen vreemde lakens, en zelfs voor lange tijd op reis ging naar Brazilië, keek Charlotte treurig uit over de Middellandse zee en schreef lange brieven aan haar familie, waarin ze er zorgvuldig voor waakte te schrijven over haar huwelijksproblemen. Toen Maximiliaan uiteindelijk thuiskwam besmette hij zijn vrouw (waarschijnlijk) met een geslachtsziekte, wat de reden zou kunnen zijn dat het paar nooit kinderen kreeg. In ieder geval, zeker is dat ze vanaf dat moment in aparte kamers sliepen.

Het was tijdens deze periode dat Gutierrez de Estrada, met de zegen van Napoleon, naar Wenen ging om uit te vinden hoe Frans-Jozef dacht over een Habsburg op de Mexicaanse troon. De Oostenrijkse keizer koesterde begrijpelijkerwijs geen amicale gevoelens voor zijn Franse collega en geloofde niet in het project: “Om een troon aan te bieden aan Max, die zo zwak van karakter is en onmachtig om te regeren, is het bewijs dat deze troon niets meer is dan een kwaadaardige grap”. Toch, omdat Estrada een behoorlijk antwoord gegeven moest worden, werd minister van buitenlandse zaken graaf Rechberg naar Miramar gestuurd om met Maximiliaan te praten over dit utopische plan. De minister dacht dat het niet meer dan een formaliteit zou zijn. Niemand bij zijn volle verstand zou zo’n paradijs toch willen achterlaten om naar een land te gaan waar staatsgrepen en standrechtelijke executies de nationale sport waren?

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Max dus wel. Hier zat hij: 30 jaar oud, met geen vooruitzicht op een functie van enige betekenis, zich rot vervelend in zijn kasteel aan de waterkant. Zijn onderkoningschap was in schande beëindigd; zijn commando als vice-admiraal van de Oostenrijkse marine was hem afgenomen; zijn trots gekrenkt door zijn oudere broer. En nu de genoegdoening, dat diezelfde broer moest toegeven dat hij zo’n hoge positie waardig was. De trots dat men aan hèm gedacht had om de teugels van een keizerrijk ter hand te nemen, en daarbij zijn enthousiasme voor de Nieuwe Wereld sinds hij in Brazilië het avontuur van een nieuwe kolonisatie had meegemaakt. Maar bovenal was daar Charlotte: zeer intelligent, zeer ambitieus, en zeer, zeer teleurgesteld…

 

Nu volgde een periode van overdenken, afwegen, raadplegen. Brieven vol advies en waaarschuwingen uit Brussel; beloftes en verzekeringen uit Parijs; waarschuwingen uit Wenen. Ondertussen werd het 1862, en hadden de Fransen Mexico-stad ingenomen. En toen werd het oktober en kwam Estrada met zijn Mexicaanse Commissie om formeel de kroon aan te bieden, die Max, zoals we gezien hebben, weigerde. Napoleon, die zich ongemakkelijk begon te voelen met al dat getwijfel en getreuzel, besloot dat het tijd werd om spijkers met koppen te slaan en nodigde het Aartshertogelijk paar uit om naar Parijs te komen.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867
Schoonpapa Leopold rook onraad: “Wees voorzichtig, mijn zoon: de keizer heeft maar één wens: zijn troepen terugtrekken uit Mexico. Als de zaak verkeerd gaat, zal hij zijn handen ervan af trekken. Je moet daarom een document eisen waarin gespecificeerd wordt in welke stappen de Franse troepen zullen worden teruggetrokken (…). Vraag ook geld: zonder een lening, in jouw plaats, zou ik niet gaan. Wees voorzichtig om niet de kastanjes uit het vuur te halen voor de keizer!” en: “De sluwe vos! Hij zal gehakt maken van mijn arme kinderen!”

Max eiste de lening. Napoleon schreef terug dat alles geregeld zou worden tijdens het bezoek, maar vergat erbij te vermelden dat hij van zins was om de zaak over te laten aan de bankiers, die met alle plezier bereid waren om te helpen: tegen een monsterlijke rente. Napoleon’s hovelingen doopten Max prompt “l’Archidupe”: “de aartsgedupeerde”. De keizer zelf deed er nog een schepje bovenop: “In zijn plaats zou ik weigeren om te tekenen… maar je zult zien dat hij het doet!”

Een paar uur voor het paar naar Parijs zou afreizen werd er nòg een brief bezorgd. Max was verbijsterd: Frans-Jozef eiste dat hij afstand zou doen van al zijn rechten in Oostenrijk als hij de Mexicaanse troon zou aanvaarden.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Het hartelijke welkom in Parijs verdrong deze schok al snel naar de achtergrond. Als gelijken behandeld door Napoleon en Eugénie gingen ze van banket naar diner, van gala naar theater: kosten noch moeite werden gespaard om het jonge paar te strikken. Zoals Napoleon’s neef, prins Napoléon Joseph (in familiekring beter bekend als Plon-plon) opmerkte: “Wanneer de keizer begint met zand in de ogen te strooien, is hij onverslaanbaar”.

Uiteindelijk, verblind door het spektakel dat dit meest glamourrijke van alle hoven op poten had gezet, was Max rijp voor de slachtbank. De onderhandelingen begonnen, en na eindeloos aarzelen tekende Maximiliaan, op het allerlaatste moment (15 minuten voor vertrek!), een document dat zijn toekomstige keizerrijk opzadelde met een schuld van 270 miljoen goudfrank, plus de rente, plus de Jecker claim, plus de “onkosten” gemaakt door de Franse strijdmacht. Kort en goed: Mexico mocht de rekening betalen voor het totaal van Napoleon’s ambities sinds 1861.

Op 9 april 1864 kwam keizer Frans-Jozef naar Miramar met een gevolg van zeven aartshertogen, drie kanseliers, verscheidene ministers en een indrukwekkend aantal generaals. Diezelfde avond vertrok hij weer met een door Max ondertekent document: “Zijne Keizerlijke Hoogheid Ferdinand-Maximiliaan doet voor zijn verheven persoon en voor al zijn nakomelingen afstand van al zijn rechten op de opvolging in het Keizerrijk Oostenrijk (…) voor zolang er een van de aartshertogen overblijft, of hun afstammelingen, zelfs tot in de verst verwijderde graad.”

De oude koning Leopold nam zich geen blad voor de mond: “Max is gedupeerd, en misschien hadden ze twee dingen in gedachten: om hem afstand te laten doen en om tezelfdertijd van hem verlost te zijn.” Hij voegt eraan toe: “De handelwijze van de keizer van Oostenrijk is oneervol.”

De volgende dag, 10 april 1864, biedt de Mexicaanse Commissie de kroon voor de tweede keer aan. De aartshertogen leggen een eed af; de Mexicaanse vlag wordt gehesen op het kasteel; saluutschoten worden afgevuurd. Terwijl er nauwelijks een Mexicaan weet van heeft, is Europa getuige van de geboorte van het Katholieke Keizerrijk Mexico.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

En nu kunnen we het Keizerlijke Paar aan boord laten stappen van hun schip, en koers laten zetten naar het land van Montezuma.

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

INHOUDSOPGAVE

 

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (5/1)

5 – LES ARCHIDUPES

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867Ferdinand Maximiliaan van Habsburg, Aartshertog van Oostenrijk, en Marie Charlotte Amélie van Saksen-Coburg-Gotha, Prinses van België, trouwden op 27 Juli 1857. Van Charlotte’s kant was het liefde op het eerste gezicht, maar bij Maximiliaan leek het er meer op dat het om de centen ging. Charlotte’s bruidsschat van 500.000 frank en haar persoonlijk vermogen van 2.000.000 was geen kattenpis, zelfs niet voor een Habsburgse prins. Charlotte’s broer Leo, de latere koning Leopold II, schreef in zijn dagboek (25 december 1856): “Zonder twijfel is de Aartshertog grootmoedig en genereus genoeg, maar zelden heb ik zo een hebzucht, noch zo een verlangen naar rijkdom ontmoet.” En hij besloot: “Als Belg ben ik content dat mijn zuster de aartshertog trouwt, maar als broer had ik mij beter gewenst.”
Charlotte’s vader, koning Leopold I, onderhandelde met de Oostenrijkers over een passende positie voor zijn dochter. Max, die reeds de positie van vice-admiraal van de Oostenrijkse marine bekleedde, werd nu benoemd tot onderkoning van het koninkrijk van Lombardije-Veneto, een staat die was samengesteld uit de Italiaanse gebieden die Oostenrijk annexeerde na de val van Napoleon I in 1815.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867
Maximiliaan was van plan de soeverein uit te hangen in zijn onwillige en problematische provincie, die op het punt stond om in opstand te komen tegen de Oostenrijkse heersers. Zijn broer, keizer Frans-Jozef, had echter alleen een ondergeschikte, representatieve rol voor hem in gedachten. Beslissingen werden genomen in Wenen: de onderkoning werd niet eens geraadpleegd.

 

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

In 1858, toen de roep om onafhankelijkheid met de dag sterker werd, trad Napoleon III in een bondgenootschap met de kampioen van de Italiaanse vereniging, koning Victor Emmanuel van Piedmont-Sardinië. Zelfs toen werd Frans-Jozef, die ervan overtuigd was dat een paar strenge woorden en een ferme klap met de zweep genoeg waren om de zaak onder de duim te houden, niet wakker. Ondertussen hadden de aartshertogen meer succes met de wortel. Max ging zelfs zo ver om welwillend te luisteren naar een plan van autonomie dat hemzelf staatshoofd zou maken. In een brief aan zijn moeder bekritiseerde hij de politiek van zijn broer: “De regering heeft slecht gehandeld, met het fraaie resultaat dat we bereikt hebben dat iedereen nu deel uitmaakt van de oppositie”. De woedende “regering” riep de onderkoning onmiddelijk terug.

De Piedmontese minister Cavour: “De Aartshertog was onze grootste vijand in Lombardije, omdat (…) hij op het punt stond te slagen, en de Milanezen te verleiden. Nooit werd een provincie zo goed bestuurd en zijn liberale ideeën hebben ons veel partizanen gekost. Goddank is de brave regering van Wenen tussenbeide gekomen en heeft, zoals gewoonlijk, niet nagelaten een stommiteit te begaan. (…) Lombardije kan ons niet meer ontgaan!”

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

In juni 1859 werden de Oostenrijkers afgeslacht door de verenigde legers van Frankrijk en Piedmonte in de slagen van Magenta en Solferino. De Italiaanse provincies gingen verloren.
 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

INHOUDSOPGAVE

 

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (4)

4 – EEN KEIZERRIJK IN DE MAAK

Met niets anders in handen dan de hoofdstad presenteert Dubois de Saligny de plannen voor een nieuwe regering. De Fransen benoemen 35 personen die een junta moeten vormen. Deze junta moet vervolgens een regentschap van drie benoemen, aan wie de uitvoerende macht wordt gegeven. Ze bestaat uit:
Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867
generaal Juan Almonte, Mgr. Labastida y Dávalos, de aartsbisschop van Mexico, en generaal José Mariano Salas, de man die plechtig de sleutels van de stad aan Forey heeft aangeboden.

Daarnaast moet de junta 215 personen benoemen met wie zij een “Vergadering van Notabelen” zal vormen. Deze Vergadering (“intelligente mannen, gewoon aan het politieke leven en openbare zaken”, volgens De Saligny, hoewel de roddel wil dat de Fransen voor toonbare kleding van enkele van deze notabelen betalen), wordt verondersteld de wil van het volk te vertegenwoordigen, en moet beslissen over de toekomstige regeringsvorm. Ze vangt haar werk aan op 11 juli en verklaart nog diezelfde dag, met algemene stemmen, dat de Mexicaanse natie als regeringsvorm heeft aangenomen een erfelijke monarchie met een katholieke prins, en dat de kroon aangeboden zou moeten worden aan Zijne Hoogheid Maximiliaan van Habsburg.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Een deputatie aangevoerd door Gutierrez de Estrada, voormalig ambassadeur aan het Pauselijke Hof te Rome, reist af naar het kasteel van Miramar bij Triëste en biedt op 3 oktober 1863 de kroon aan aan haar illustere bewoner, Aartshertog Ferdinand Maximiliaan van Oostenrijk.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867Die hij prompt weigert: “Ik moet het feit onderkennen -en hierin ben ik het eens met de keizer der Fransen- dat de monarchie niet gevestigd kan worden (…) op een vaste en wettige basis, behalve wanneer de hele natie de wensen van de hoofdstad zal bevestigen. Mijn aanvaarden van de troon moet daarom afhangen van het resultaat van de stemming van het gehele land.”

 

 

 

 

Forey en Dubois de Saligny hebben zich in hun enthousiasme laten meeslepen. In zijn instructies aan Forey schreef Napoleon: “…omarm de ruzie van geen van de partijen, maar verklaar dat alles voorlopig is tot Mexico haar wensen kenbaar gemaakt heeft” En: “Het te bereiken doel is niet om een regeringsvorm op te leggen die hen tegen zal staan, maar om hen te helpen om, conform hun wensen, een regering te vestigen die enige kans zal hebben op stabiliteit”. Misschien was Napoleon in het geheel niet van plan om de Mexicanen serieus een stem in het kapittel te geven, maar het was hoe dan ook zeker niet de bedoeling dat zijn vertegenwoordigers dat wereldkundig zouden maken. En dat is precies wat de twee sukkels hebben gedaan: in Vera Cruz werd zelfs een koninklijk saluut van 101 kanonschoten afgevuurd.

De keizer kan er niet om lachen. Forey wordt teruggeroepen, hoewel bevorderd tot maarschalk om de afgang van deze loyale maar incompetente dienaar te verzachten. Dubois de Saligny die, behalve deze blunder, de kredietwaardigheid van Frankrijk heeft gebruikt voor een paar zeer dubieuze transacties, vliegt zonder pardon de laan uit. En nu gaan de teugels van de macht over in de steviger en kundiger handen van generaal François Achille Bazaine.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Minister van buitenlandse zaken Drouyn de Lhuys schrijft de nieuwe opperbevelhebber: “…we kunnen de stem van de Vergadering alleen zien als een eerste indicatie van de voorkeuren van het land. (…) de Vergadering beveelt haar medeburgers het instellen van monarchale instituties aan, en draagt een prins voor ter stemming. Het is nu de taak van de voorlopige regering om deze stemmen te verzamelen.” Dat is allemaal leuk en aardig, maar hoe verzamel je de stemmen van een bevolking wanneer het hele land in rep en roer is tegen de Fransen? Terwijl Forey duimen zat te draaien hebben de Juaristas zich gehergroepeerd. Hun troepen beheersen het land, en groepen struikrovers, vriendelijk “guerillas” genoemd, maken de wegen onveilig, zelfs tot aan de poorten van de hoofdstad.

En dan heeft Bazaine nog een ander probleem: de kerk. Nadat de Liberalen de wetten hadden uitgevaardigd die de kerk van haar bezittingen hebben beroofd, zijn er rechtszaken begonnen over promesses die gegeven werden voor de aankoop van die bezittingen, die nu eindeloos worden vertraagd door de kerk. Het is zelfs zo dat door haar toedoen de gerechtshoven aarzelen om uitspraak te doen in deze zaken. Nu de Fransen een regering hebben ingesteld waarvan een van de voornaamste leden de aartsbisschop zelf is, is de kerk ervan overtuigd dat de onteigeningen nietig zullen worden verklaard en dat haar vroegere invloed in staatszaken weer zal worden hersteld. De Fransen hebben echter heel andere plannen. Bazaine instrueert de regenten om de wetten niet te herroepen en gelast de rechters om haast te maken met de zaken. Labastida, furieus, verklaart Bazaine’s orders onwettig, waarop de prelaat prompt van zijn taken wordt ontheven en vriendelijk wordt verzocht om verder zijn mond te houden.

Na deze zaak te hebben afgehandeld met de hem typerende doortastendheid trekt de generaal ten strijde en verslaat binnen zes weken de Liberale generaals Doblado, Negrete, Comonfort en Uraga. De Fransen hebben nu het grootste deel van het land in handen. Juárez is gedwongen om te vluchten naar Monterey, dicht bij de grens met de V.S. En nu kan Bazaine de kwestie van de verkiezingen regelen. Hier ondervindt hij weinig moeilijkheden: de veroverde steden aanvaarden de aartshertog net zo gemakkelijk als ze al veertig jaar lang de presidentiële kandidaat van iedere overwinnaar hebben aanvaard.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

En dus kunnen Estrada en zijn Commissie terug naar Miramar, om op 10 april 1864 opnieuw de kroon aan Maximiliaan aan te bieden, die zich van nu af mag laten aanspreken als Zijne Keizerlijke Majesteit Maximiliaan I, Keizer van Mexico. Maar voordat we hem en zijn Charlotte naar hun nieuwe thuis laten varen, moeten we een paar woorden wijden aan deze tragische slachtoffers van ambitie, hebzucht en dwaasheid.

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

INHOUDSOPGAVE

 

Mexico – de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 – 1867 (3)

3 – OORLOG

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Bij Puebla de los Angeles wordt de Fransen de weg versperd door generaal Ignacio Zaragoza met 4000 manschappen. Lorencez, zijn riddermanshoofd zo vol met de heldendaden van Hernán Cortés (zoals zijn officieren later vertellen) dat er nauwelijks plaats over is voor een paar goed functionerende hersencellen, zet de aanval in op het sterkste punt van de verdediging van de stad: het fort van Guadalupe. Terwijl de troepen het bevel krijgen aan te vallen, blijkt dat de veldbatterij niet dicht genoeg bij de muren kan komen om enige schade van betekenis aan te richten. Drie keer chargeren de zouaven, de laatste keer in het geheel zonder artilleriesteun, omdat de munitie op is. Dan doet de Mexicaanse cavalerie een tegenaanval. De Fransen krijgen een verschrikkelijk pak slaag en moeten terugtrekken op Orizaba. Tot zover de “onvergelijkelijke superioriteit van het Franse ras”.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Kort na zijn overwinning bezwijkt Zaragoza aan tyfus, en krijgt een staatsbegrafenis in Mexico-stad.

 

 

 

 

 

Het Franse leger bevind zich nu in een benarde positie. De verbindingslijnen zijn verbroken door Liberale guerillas, bruggen zijn vernield, bevoorradingskonvooien worden aangevallen en verbrand, en de garnizoenen die langs de weg zijn geplaatst smelten weg onder de druk van vijandige aanvallen en ziektes. Het regenseizoen staat voor de deur wanneer eindelijk wat versterkingen arriveren onder generaal Félix Douai en de verbindingen kunnen worden hersteld.

Eindelijk begint in Parijs het besef door te sijpelen dat dit geen militaire parade van Vera Cruz naar Mexico-stad onder de toejuichingen van het dankbare Mexicaanse volk gaat zijn. Er zal iets substantieels moeten gebeuren, en snel ook, wil de expeditie niet uitlopen op een complete ramp. Nu neemt Napoleon maatregelen die zoden aan de dijk zetten: hij stuurt een uitstekend uitgerust leger van 30.000 man onder het bevel van generaal Forey. Lorencez wordt teruggeroepen.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Elie Frédéric Forey is geen groot strateeg. Hij dankt zijn commando niet aan zijn kwaliteiten als generaal, maar aan zijn trouw aan zijn baas. Hij begint zijn officiële taken in oktober 1862, en op 18 februari 1863, na vier maanden te hebben verprutst ten koste van een enorm verlies aan geld en prestige, verschijnt hij voor Puebla. Forey’s getreuzel heeft de Mexicaanse regering de tijd gegeven om de verdedigingswerken uit te breiden. De stad is flink versterkt; dit keer gaat het menens zijn.

Loopgraven worden gebouwd; batterijen in positie gebracht; het beleg wordt geslagen. De gevechten zijn hevig en wreed. Huizen zijn veranderd in forten, en moeten één voor één genomen worden. De worsteling sleept zich twee lange maanden voort. Wanneer ten slotte een Mexicaanse ontzettingsmacht wordt verslagen door Forey’s tweede in bevel, generaal Bazaine, wordt verder verzet zinloos. De Mexicaanse bevelhebber, generaal Ortega, vernagelt zijn kanonnen, blaast zijn magazijnen op en geeft zich over.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867

Franse vrijwilliger Japy schrijft naar huis: “Het waren niet onze kanonskogels, noch onze kogels, noch onze loopgraven, noch onze moed (..) die die stad tot overgave dwongen. Het was honger; treurige honger. (…) ik ben nog steeds diep geraakt door de aanblik van 4000 uitgehongerde Mexicaanse soldaten”.

Na volledige en buitengewone volmacht te hebben gegeven aan Juárez, wordt het Mexicaanse Congres voor onbepaalde tijd opgeschort. Juárez vaardigt een proclamatie uit waarin hij aankondigt vastbesloten te zijn om de strijd voort te zetten, en waarin hij iedereen die collaboreert met de Fransen met de dood bedreigt. Dan trekt hij zich terug op San Luis de Potosi en laat Mexico-Stad aan de Fransen, die er hun glorieuze entrée maken op 10 juni 1863.

Mexico - de Franse Interventie en het 2de keizerrijk, 1862 - 1867
 

Maar dit is niet het einde van de oorlog. Het is het begin.

 

©2010, Marcel Wick

vorige pagina

volgende pagina

INHOUDSOPGAVE