Beethoven – Macaroni met kaas

BEETHOVEN – MACARONI MET KAAS

Een van de absolute lievelingsgerechten van Ludwig van Beethoven was macaroni met kaas. Of Beethoven dezelfde pasta kreeg voorgeschoteld als de korte, kromme en holle dingetjes die wij als macaroni kennen, daarover zijn de meningen verdeeld. Experts menen te weten dat het ging om spaghetti, omdat “onze” macaroni pas het levenslicht zou hebben gezien na de intrede van de gemechaniseerde pasta-industrie. In het “Allgemeines Österreichisches Wiener Kochbuch” van Anna Hofbauer komen we echter een recept tegen voor “Italienische Maccaroni”, waarin als volgt licht op deze zaak wordt geworpen: “Dieselben haben die Form einer kleinen hohlen Röhre, und werden vom Nudelteig erzeugt”. Wat dus wil zeggen dat ze de vorm hebben van kleine, holle buisjes, die worden gemaakt van noedeldeeg. Het kookboek is uitgegeven in 1825, dus twee jaar vóór de dood van de componist.

De verwarring komt waarschijnlijk omdat, na de introductie van de machines voor de commerciële productie, in Napels een pasta razend populair werd van weliswaar holle, maar lange dunne slierten onder de naam macaroni. Napolitanen aten al eeuwenlang pasta toen de eerste pastamachines verschenen in de vroege jaren 1800, maar deze nieuwerwetse “maccheroni” beviel de Napolitanen zo zeer dat ze nauwelijks nog iets anders aten. Ze werd gekocht bij straatventers en gegeten met de handjes. Dat werd zo’n belangrijk deel van de identiteit van de stad dat een populair volkstype verscheen: de “mangiamaccheroni”, de macaroni-eter. Straatkinderen die met verheerlijkte gezichten met hun vingers macaroni naar binnen slurpten verschenen op talloze ansichtkaarten en afbeeldingen in de late 19de en vroege 20ste eeuw.

Beethoven - macaroni

Holle buisjes macaroni worden echter al zeker sinds de middeleeuwen in heel Italië gemaakt. Dat ging natuurlijk niet machinaal maar met de hand, zoals nu nog steeds in veel Italiaanse huishoudens pasta wordt gemaakt. Ook commercieel werd met de hand pasta gemaakt, voor de plaatselijke verkoop. Die pasta-makers heetten “lasagnare” of “vermicellai”. In Florence was er zelfs een gilde van deze “lasagnare”.

In zijn “Libre de Arte Coquinaria” beschrijft de “prins der koks”, Martino da Como*, hoe macaroni in Siciliaanse, Genuese en Romeinse stijl thuis werd gemaakt. Voor macaroni Siciliaanse stijl gebruikte Martino een deeg van bloem, water en eiwit. Na het kneden werd het deeg gesplitst in kleine klompjes, die vervolgens uitgerold werden tot buisjes met de lengte van de palm van een hand. In die buisjes werd een stijve draad gedrukt, waarbij het deeg eromheen werd gevouwen, waarna de draad er weer werd uit getrokken. “Deze macaroni”, zo vervolgt Martino, “moet gedroogd worden in het zonlicht en blijft twee of drie jaren goed, in het bijzonder wanneer ze gemaakt zijn onder de maan van Augustus”. Verder onderricht de Meester ons over de wijze waarop in Genua en Rome macaroni werd gemaakt. Hier werd het deeg uitgerold tot een dunne lap die rond een lange pen wordt gewikkeld. Die pen werd vervolgens verwijderd, waarna de zo gevormde holle buis in stukken werd gesneden. Tellen we bij dit alles nu Anna Hofbauer’s “kleinen hohlen Röhre” op, dan kunnen we met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen dat Beethoven wel degelijk iets soortgelijks kreeg voorgeschoteld als dat wat wij macaroni noemen. Wellicht uit de winkel, maar met zekerheid handgemaakt, en niet van durum-tarwe, zoals onze moderne pasta, maar waarschijnlijk van een deeg van bloem en eieren, in de verhouding van 1 ei op 100 gr. bloem.

*Martino de Rossi of Martino de Rubeis, beter bekend als Maestro Martino of Martino da Como, was een Italiaanse meesterkok uit de 15de eeuw. Hij schopte het tot kok van de Camerlengo, de Kardinaal-kamerheer, na de Paus de belangrijkste figuur in de Katholieke Kerk. Zijn boek, het “Libro de Arte Coquinaria” (De Kunst van het Koken), geschreven rond 1465, wordt beschouwd als een mijlpaal in de gastronomische literatuur en had een grote invloed op de kookkunst van zijn tijdgenoten.

Al in 1768, in het “Wienerisches bewährtes Koch-Buch” van Ignaz Gartler en Barbara Hikmann, komen we een recept voor “Mackeroni-Nudeln” tegen. Het recept lijkt verdacht veel op hoe we vandaag de dag nog steeds macaroni met kaas maken, met dat verschil dat er bij Gartler en Hikmann rivierkreeftenstaartjes en kreeftenboter gebruikt werden. Hoewel Beethoven zeker een visliefhebber was, is het wellicht wat minder waarschijnlijk dat hij kreeftenstaartjes in zijn macaroni met kaas wilde. Van poespas en kapsones moest hij namelijk helemaal niets hebben, ook niet op zijn bord. Daarbij komt nog dat het recept met de staartjes letterlijk is overgenomen uit een nog ouder boek, het “Nutzliches Koch-Buch” uit 1740 van een anonieme auteur, en dan zitten we toch echt definitief in de tijd dat de kookboeken alleen voor de keukens van de zeer welgestelden bedoeld waren. We laten de kreeftenstaartjes dus maar gewoon weg en kijken eens naar het recept van Anna Hofbauer, dat er op neerkomt dat de gekookte macaroni simpelweg wordt gemengd met boter, Parmezaanse kaas en twee eieren. Zoveel gemakzucht is een Beethoven onwaardig. Een combinatie van beide recepten levert echter een schaaltje macaroni op waar de Meester zeker wel tevreden over zou zijn geweest. Machtig is het, met boter, room, kaas en eieren, in de oven gebakken tot een geurend en goudgeel genot.

BEETHOVEN’S MACARONI MET KAAS

500 gr. macaroni
150 gr. Parmezaanse kaas
paneermeel
125 gr. boter
125 gr. room
2 eieren
zout
gemalen foelie

Verwarm de oven voor op 200ºC.

Kook de macaroni in ruim gezouten water gaar, giet het af, spoel het met koud water en laat het goed uitlekken.

Vet een ovenschaal in met boter. Bestrooi ze met paneermeel en hou de schaal even ondersteboven om het overtollige paneermeel kwijt te raken. Doe de helft van de macaroni in de ovenschaal. Bestrooi de macaroni met paneermeel, 2/3 van de kaas en wat foelie. Klop de boter los met de room, de eieren en een snuf zout. Giet de helft hiervan in de ovenschaal. Daarop komt de rest van de macaroni. Giet de rest van het mengsel over de macaroni, bestrooi het met de rest van de kaas en leg er hier en daar een klontje boter op.

Zet het geheel in de hete oven en bak het in 20 minuten gaar.

 
Aan Tafel met Beethoven
Beethoven – de Edele Kookkunst
Beethoven – broodsoep
Beethoven – rijstsoep
Beethoven – frittatensoep
Beethoven – erwten met ham
Beethoven – kalfsvlees
Beethoven – karper in zwarte saus
Beethoven – spinazie met karbonaden
Beethoven – gebraden kramsvogel
 

©2016, Marcel Wick

Beethoven – Broodsoep

BEETHOVEN – BROODSOEP

Beethoven“Tot Beethoven’s lievelingsgerechten behoorde ook een broodsoep, tot een brij gekookt, waarop hij zich elke donderdag op voorhand op verheugde. Daarbij moesten hem tien grote eieren op een bord gepresenteerd worden, die hij, voordat ze door de vloeistof geroerd werden, tegen het licht onderzoekend sondeerde, eigenhandig brak en ze, vanwege de versheid, zorgvuldig besnuffelde. Wilde nu het noodlot, dat hij daartussen enkele met de zogenaamde strogeur ontdekte, dan brak het spektakel los. Een donderwoord daagde de waardin voor het gerecht, die, wel wetend hoe laat het was, inderhaast het schelden en tieren slechts een half oor leende en op een wijselijke aftocht bedacht was, wanneer vervolgens de kanonnade zou beginnen en de onthoofde maleficanten, gelijk bommen uit goed bemande batterijen, op haar rug zouden neerkomen en hun geel-witte, kleverige binnenste in lavastromen daarover zouden uitgieten.”
Zo herinnert zich Ignaz von Seyfried*, een vriend van Beethoven, in de “Anhang” van zijn boek “Ludwig van Beethoven’s Studien im Generalbasse” uit 1832 het verloop van wat een aangename maaltijd had moeten zijn.

*Ignaz von Seyfried (1776-1841) was pianist, dirigent en een van de succesvolste toneelcomponisten in Wenen. Hij was een leerling van Mozart en van Albrechtsberger, en de opvolger van Emanuel Schikaneder als kapelmeester van het Theater an der Wien tijdens de periode 1798 – 1828. In 1805 dirigeerde Von Seyfried de eerste opvoering van Beethoven’s opera Fidelio.

Beethoven hield van soep, in het bijzonder van broodsoep. Het was een eenvoudig gerecht van in een bouillon gekookt brood dat gegeten werd door eenvoudige mensen. In de kookboeken uit Beethoven’s tijd komen we diverse recepten tegen voor broodsoep. Zo lezen we in Elisabeth Stöckel’s “Die bürgerliche Küche”: “Laat een stuk spek met wat ui en groene peterselie fijn gesneden in goede, van de vleesbouillon afgeschept vet wat aanbraden, dan doet men er in dunne schijven gesneden brood bij, en laat het met goede bouillon weken. Nu breekt men er zoveel eieren als er personen aan tafel zitten boven, kruid ze met peper en zet ze op tafel.” Volgens Elisabeth kun je de broodsoep ook nog garneren met kleine vogeltjes, in uien en paneermeel bruin gebraden.

Een ouder recept komt uit het “Wienerisches bewährtes Koch-Buch” van Ignaz Gartler en Barbara Hikmann, voor het eerst uitgegeven in 1768 en daarna nog tientallen jaren lang steeds opnieuw herdrukt. In dit recept voor “Schwarze Brod-Suppen” neem je een goede, heldere erwtenbouillon**, snij je daarin dunne schijfjes peterseliewortel en laat het trekken. Dan neem je klein gesneden zwart brood en giet je er hete reuzel overheen. Als het moment suprème gekomen is giet je daar de goed gezouten en gepeperde hete soep over, laat je het even weken en dien je het op met gepocheerde eieren.

**Erwtenbouillon maak je, volgens het kookboek van Elisabeth Stöckel, door erwten met een ui zacht te koken, door een zeef te wrijven en te mengen met in boter gebakken meel of broodkruim. De zo verkregen puree wordt vervolgens verdund met water naar behoefte.

De herdruk van het boek van Gartler en Hikmann uit 1828, “Allgemein bewährtes Wiener Kochbuch” getiteld, is bewerkt door een meneer J.G. Zenker, die zichzelf aanprijst als “beproefd chemicus en eerste kok van Zijne Doorluchtigheid de Vorst von Schwarzenberg”. Onder de ingang “broodsoep” vinden we nu een ander recept: “De broodsoep van het plattelandsvolk, waar een halve, fijn gesneden ui in reuzel of een ander vet geel wordt gebakken, dan met twee maten water gekookt en met dunne sneden zwart brood opgekookt. Ten slotte met fijngesneden peterselie, bieslook, zout en peper gekruid, geeft een aangenaam, voedzaam gerecht. In plaats van water, met vette vleesbouillon gekookt, wordt ze ongemeen smakelijker.”

Neem je voor deze broodsoep in plaats van het volkse donkere brood het destijds veel sjiekere wittebrood, dan noemen de Weners deze soep “panadelsuppe”, van het woord “panadel”, wat in het Weense patois een sneetje van een Semmel, een hard wit broodje, betekent.

Nou, met al deze informatie weten we meer dan genoeg om een soepje te brouwen waar Beethoven beslist tevreden over zou zijn geweest.

BEETHOVEN’S BROODSOEP

we nemen:
1 liter runderbouillon
1 grote ui
boter, botervet of reuzel
platte peterselie
brood (wit, licht- of donkerbruin, geheel naar believen, en het mag oudbakken zijn)
eieren, 1 à 2 p.p. (de 10 eieren die Beethoven verorberde zijn wel erg veel van het goede)

Snij de uien fijn. Laat het vet smelten in een pan en bak daarin de uien zachtjes tot ze glazig zijn en beginnen te kleuren. Giet er de hete runderbouillon bij. Snij het brood in stukjes en doe het in de soep. Hoe meer brood je gebruikt, hoe dikker de soep zal worden. Laat het zachtjes koken tot het in een brij is veranderd.

Schep de soep in borden, bestrooi het met gehakte peterselie en dien het op. Een bord met daarop de eieren zet je er naast. Die mogen de eters, geheel volgens Beethoviaanse mores, na gedegen onderzoek zelf boven hun soep breken.

 
Aan Tafel met Beethoven
Beethoven – de Edele Kookkunst
Beethoven – rijstsoep
Beethoven – frittatensoep
Beethoven – macaroni met kaas
Beethoven – erwten met ham
Beethoven – kalfsvlees
Beethoven – karper in zwarte saus
Beethoven – spinazie met karbonaden
Beethoven – gebraden kramsvogel
 

©2016, Marcel Wick

Goulash – bijgerechten

Tarhonya

Tarhonya is een uiterst simpel deeggerecht van kleine noedeltjes van bloem, eieren en zout. De naam, tarhonya, komt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van het Turkse tarhana, wat een mengsel is van gefermenteerde groenten, kruiden, yoghurt en bloem, dat tot een deeg wordt verwerkt, in de zon wordt gedroogd en ten slotte wordt verkruimeld. Het wordt gebruikt om soep mee te maken. De oudste instant-soep ter wereld dus eigenlijk, want het spul is werkelijk al eeuwenoud.
Het woord zou kunnen zijn afgeleid van het Perzische “tarkhana”, zoals het in een van de geschriften van de geleerde Abu al-Qasim Mahmud ibn Umar al-Zamakhshar (1075-1143) voorkomt, om begrijpelijke redenen gewoonlijk afgekort tot al-Zamakhshar. Het woord zou dan door de Seltsjoeken op hun veroveringstocht richting westen zijn opgepikt. Een andere verklaring zegt dat het er al was lang vóórdat de Turken in het huidige Turkije aankwamen. Het zou nl. hetzelfde zijn als wat de Grieks-Romeinse arts Claudius Galenus van Pergamon (nu Bergama, Turkije) al in de eerste eeuw beschrijft -en verfoeit- als “tragenus”. Hoe dan ook, oud is het in ieder geval, tarhonya, en zou in de gloriedagen van het Osmaanse Rijk over de gehele Balkan zijn verspreid.
Het Hongaarse tarhonya mag dan haar naam aan het Turkse tarhana ontleend hebben, het is zeker niet hetzelfde spul. Er zitten geen kruiden, groenten of yoghurt in, het is niet zo bewerkelijk en wordt ook niet tot gruis vermalen. Tarhonya zijn simpele, kleine pasta’tjes die worden gegeten in soepen of als bijgerecht bij vlees of stoofpotten. Oud is de Hongaarse tarhonya in ieder geval wel: we komen het al in de 16de eeuw in handgeschreven Hongaarse kookboeken tegen.
Ook in buurland Oostenrijk is tarhonya een veel gegeten bijgerecht. Daar noemen ze het spul “Eiergerstl” of “Eiergraupen”. Zowel in Oostenrijk als in Hongarije wordt het tegenwoordig fabrieksmatig gemaakt en ligt het kant-en-klaar in de winkel als mooie, min of meer ronde bolletjes.

naar het recept

 


Csipetke

Het deeg voor deze csipetke maak je met dezelfde ingredienten als tarhonya: 1 ei op 150 gr. bloem met een snuf zout. De naam van deze noedeltjes komt van het werkwoord csípni, wat “knijpen” betekent. Je maakt deze csipetke namelijk door van het deeg een lange, dunne rol te vormen en er met duim en wijsvingers hele kleine stukjes vanaf te knijpen. Het tweede verschil met tarhonya is dat csipetke niet eerst gebakken worden, maar meteen worden meegekookt in de soep of goulash. Met 150 gr. bloem maak je er voldoende van voor een pan voor 4 tot 5 personen.

naar het recept

 


Galuska – Spätzle

Spätzle, dat zijn sliertjes zachte noedels gemaakt van bloem en eieren. Ze zijn in heel Centraal-Europa bekend, van het zuiden van Duitsland tot in Hongarije en van Roemenië tot in Zwitserland. In Slowakije worden Spätzle zelfs, als ze worden opgediend met schapenkaas en spek, als nationaal culinair erfgoed beschouwd, en wel onder de naam bryndzové halusky. Buurland Hongarije kent een dergelijk gerecht als turos csusza.
Het woord spätzle schijnt uit het Zuid-Duitse Schwaben te komen en zou het meervoud en verkleinwoord van “Spatz” zijn, wat waarschijnlijk “mus” betekent, maar wat zich volgens een andere mening zou laten vertalen als “klomp” of “kluit”.
Of Spätzle inderdaad hun oorsprong hebben in Schwaben is niet zeker, maar zeker is wel dat het eten van Spätzle daar een eeuwenoude traditie is. In het jaar 1725 komen we het gerechtje tegen in de stukken van de Raad van het hertogdom Württemberg. Het eerste recept voor Spätzle verschijnt in 1783 in het “Göppinger Kochbuch” van Rosina Knör, en ook de literatuur van de streek laat zich niet onbetuigd, zoals b.v. in de in 1838 gepubliceerde gedichten “Das Lob der Schwabenknöpfle”, “Schwäbische Leibspeisa” en het “Spätles-Lied”.
Spätzle/galuska/halusky zijn heel eenvoudig te maken. Het is wel handig om daarvoor een Spätzlehobel, een spätzlezeef, aan te schaffen. Dat is een apparaatje met gaatjes waarmee het deeg zich gemakkelijk tot sliertjes laat vormen. Een tweede apparaatje is de “Spätzlepresse”, wat eigenlijk hetzelfde is als een aardappelpers en op dezelfde manier werkt. Als je geen van tweeën hebt kun je ook een passe-vite (a.k.a. draai- of roerzeef) gebruiken, en dan is er altijd nog de ouderwetse, traditionele manier om Spätzle te maken. Dat gaat zo: je legt een klodder deeg op een vochtige plank. Smeer het deeg dun uit, hou de plank boven de pan en schuif met een mes steeds kleine sliertjes van het deeg in het water. Op deze manier gemaakte Spätzle, “Handgeschabt”, zijn volgens kenners overigens op afstand te verkiezen boven Spätzle uit een zeef of pers. Ik zou zeggen: neem zelf de proef op de som.

naar het recept

 

Nockerln

Nockerln is de Oostenrijkse naam voor spätzle. De ingrediënten zijn echter niet helemaal hetzelfde, en ook de bereidingswijze is wat uitgebreider. Na het koken worden de Nockerln namelijk “geschwenkt”, oftewel kort gebakken in een flinke klodder boter, in een koekenpan die je tijdens het bakken heen en weer wiebelt.

naar het recept

Rahmnockerln

Rahmnockerl zijn romige gnocchi, bolletjes van een deeg van bloem, room en eieren. Ook deze worden na het koken “geschwenkt”, oftewel kort gebakken in een ruime hoeveelheid schuimende boter.

 

Knedlíky

Deze fameuze knoedels zijn, naast de aardappel, hèt traditionele bijgerecht in de Tsjechische keuken. Het is de perfecte begeleider van allerlei specialiteiten zoals svíčková, gekookt of gestoofd vlees, goulash en wat dies meer zij, en het is pas met deze knoedels dat de zin tot ons doordringt van de enorme plas dunne saus waar al die gerechten in ronddobberen: soppen. De saus werk je namelijk naar binnen met behulp van de knoedels, die het vocht als sponjes opzuigen.
Belangrijk bij het maken van knedlíky is dat je ze meteen als ze uit het water komen doormidden snijd, anders kan de stoom niet ontsnappen en wordt het een kleffe boel. Dat snijden doe je niet met een mes, want dan druk je de knedlíky plat, maar met een stukje draad. Leg de knedlíky dwars op het draadje, maak met het draad een lusje en trek het dicht.
We doen vijf recepten voor vijf klassieke Tsjechische knoedels: houskové (brood-), kynuté (gistdeeg-), Karlovarské Karlove Vary-), Sumavské (Boheemse Woud-) en bramborové knedlíky (aardappelknoedels).

naar de recepten

 

Semmelknödel
Broodknoedels

Ook Oostenrijk kent haar repertoire aan knoedels. Waarschijnlijk is deze goede gewoonte overgenomen van de Tsjechische buren. Boheemse meiskes waren in de negentiende eeuw namelijk graag geziene koks in de huizen van de Weense burgerij. Deze Semmelknödel ontlenen hun naam aan de blokjes hard witbrood die erin verwerkt worden, de Semmelwürfel. Een Semmel of Handsemmel is de Oostenrijkse naam voor een hard wit broodje, speciaal voor de bolletjes die wij als Kaiserbrötchen kennen. Het deeg wordt vermengd met peterselie en een gesnipperd, gebakken uitje.

naar het recept

 

Serviettenknödel
Servettenknoedels

Serviettenknödel heten Serviettenknödel omdat ze in servetten worden gekookt. Zo simpel is het. Je maakt ze van hetzelfde deeg dat je gebruikt voor Semmelknödel, met blokjes brood, een uitje en wat peterselie. In Tsjechië, waar ze hun knedliky nooit anders dan naakt en zonder jasje koken, heten deze knoedels omslachtig “knedlíky uvařené v ubrousku” (knoedels in een servet gekookt), of ook wel: “knedlíky uvařené vídenským způsobem”: gekookte knoedels op Weense wijze.

naar het recept

 

Leberknödel
Leverknoedels

Ook in Bohemen staan deze leverknoedels regelmatig op het menu. Daar heten ze játrové knedlíčky.

 

Handsemmel
Kaiserbroodje

Bij een traditionele Weense Saftgoulash eet je geen knoedels, frieten of rijst, maar een Handsemmel, a.k.a. Kaisersemmel, Kaiserbrötchen, of kortweg Semmel. Al eeuwenlang wordt dit broodje in Wenen gebakken, zeker al sinds de tijd van keizerin Maria Theresia. Het bewijs daarvoor is te zien op een schilderij uit 1760 van Martin van Meytens waar aan een rijk gedekte dis, te midden van sjiek geklede hovelingen, naast elk van de gouden bordjes van de K.u.K. familie een heus keizerbroodje ligt te pronken.
Waar de keizerbroodjes precies hun naam vandaan hebben is onduidelijk. Het ene verhaal beweert dat de naam afkomstig is van de zoon van Maria Theresia, keizer Jozef II, die eens een delegatie van bakkers ontving die om een vrije prijsbepaling van hun broodjes kwamen vragen. De keizer was zo onder de indruk van het vakmanschap van de rekwestranten dat hij hun verzoek inwilligde. Sindsdien, zo wil het verhaal, heten de broodjes “keizerbroodje”. Een andere mogelijkheid is dat de naam afkomstig is uit de negentiende eeuw, de tijd van keizer Frans Jozef I, waarin alles wat van hoge kwaliteit was aangeduid werd met het voorvoegsel “kaiser-“. Hoe het ook zij, het keizerbroodje heeft het geschopt tot het hoogst officiële “Register der Traditionellen Lebensmittel” van het Oostenrijkse ministerie van land- en bosbouw, milieu en visserij.

naar het recept

 


Szélesmetélt
Bandnoedels

Bandnoedels zijn onmisbaar bij de fameuze Hongaarse visserssoep, de hálaszlé, maar ook bij veel andere recepten voor goulash is het een smakelijke begeleider. In het Italiaans heten ze pappardelle of fettuccine, bij ons noemen we het ook wel lintmacaroni.
De grote vraag bij pasta is altijd of we het zelf gaan maken of dat we toch maar weer de kant-en-klare weg van de minste weerstand zullen nemen. Er is uitstekende fabriekspasta op de markt, waarbij de duurste merken beslist niet altijd de beste zijn, maar verse pasta is zachter, en het maken kost eigenlijk net zoveel tijd als een wandelingetje naar de buurtsuper. Hongaren maken hun pasta op de simpelst mogelijke manier: met eieren en bloem en verder helemaal niks. Geen zout, geen olie en geen water.

 

Bramboráky
Aardappelpannenkoekjes

De bramborák (mv.: bramboráky) is een traditioneel gerechtje dat in heel Centraal-Europa onder allerlei namen bekend staat, zoals Erdäpfelkrapferl (Oostenrijk), Kartoffelpuffer (Duitsland), tócsni of krumplis latkesz (Hongarije), deruny (Oekraïne), etc.. Het basisidee is een koek van geraspte aardappel, bloem en ei die wordt gebakken in heet vet. De Tsjechische bramboráky worden gewoonlijk gekruid met karwijzaad, paprikapoeder, majoraan en knoflook.

naar het recept

 

Rijst

Als je rijst kiest als bijgerecht voor een goulash, neem dan een droogkokende, neutraal smakende rijst, bijvoorbeeld langgraan rijst. Koken doe je die het beste zo: op 1 kop rijst neem je 2 koppen water. Breng het water aan de kook, doe de rijst erbij, wacht tot het water weer kookt, doe er een snuf zout bij, leg het deksel op de pan en zet het vuur op de aller- allerlaagste stand, liefst met een plaatje eronder. Niet in kijken, niet in roeren, niet aan frunniken: gewoon met rust laten. Na 20 minuten draai je het gas uit en is de rijst perfect gekookt. Met het deksel op de pan blijft de rijst -afhankelijk van de hoeveelheid natuurlijk- nog een hele tijd warm.

 

© 2016, M.S.F. Wick


vorige pagina

volgende pagina

Goulash uit het voormalige Joegoslavië

KROATIË


Gulaš
Goulash

Dit zou een doodnormale goulash zijn met rundvlees, uien, paprika, tomaten en wijn, ware het niet dat in deze Kroatische versie een geheim wapen wordt ingezet: fruit. Het zonovergoten Kroatië brengt een overvloed aan de sappigste, zoetste vijgen voort, en die gaan we gebruiken in deze goulash, samen met wat kaneel en nootmuskaat. Geen vijgen? gebruik dan pruimen, net als in een Dalmatische pašticada.

naar het recept

 


Gulaš iz pećnice
Goulash uit de oven

Deze goulash van rundvlees wordt niet gestoofd in de pan, maar in de oven met als enig vocht een glas wijn en de eigen sappen van het vlees. Een niet erg voor de hand liggende bereidingswijze voor goulash, maar in de Kroatische keuken is het een zeer traditionele techniek. “Ispod peke”, letterlijk: “onder de klok”, is een techniek waarbij een aantal rauwe ingrediënten -vlees of vis, aardappelen en groenten- in wat grotere stukken worden gesneden en in een schotel van aardewerk worden gelegd. Die schotel wordt tegen een bergje gloeiende kooltjes geschoven en afgedekt met een groot ijzeren deksel (de “klok”), waarna het geheel wordt bedekt met de gloeiende as. Door de lange gaartijd in de afgesloten ruimte, waarbij het verdampende vocht steeds weer van de wanden van het deksel in de schaal terugloopt, komen de verschillende smaken goed tot ontwikkeling en trekken ze heerlijk door elkaar. Thuis hebben we natuurlijk geen berg gloeiende kooltjes, geen aardewerken schotel en geen ijzeren deksel, maar we kunnen iets dergelijks wel in ons oventje doen.

naar het recept

 


Gulaš od gljiva
Goulash van paddenstoelen

Deze goulash van paddenstoelen wordt op het eind opgepept met een klein glaasje prošek. Prošek is een mierzoete dessertwijn uit het zuiden van Dalmatië, gemaakt van inheemse druivenrassen, zowel witte als rode. Als je geen prosek in huis hebt neem je een andere zoete dessertwijn.

naar het recept

 

SLOVENIË


Prekmurski bograč
Goulash uit Prekmurje

“Ketel uit Prekmurje”, zo luidt de vertaling van de naam van dit misschien wel beroemdste goulash-gerecht uit het voormalige Joegoslavië. Prekmurje betekent letterliijk: “het land achter de rivier de Mur”. Het is de meest oostelijke regio van Slovenië. Het gebied grenst in het noorden aan Hongarije en Oostenrijk, en in het zuiden aan Kroatië. Het is een van de gebiedsdelen die de Hongaren na de Eerste Wereldoorlog, toen de Donaumonarchie werd opgedoekt, moesten afstaan aan hun buurlanden. Naast een meerderheid van etnische Slovenen wonen er dan ook veel Hongaren en Roma. Niet zo gek dus dat het bekendste streekgerecht een variant is op de fameuze Hongaarse “ketelgoulash”. Het grote verschil zit hem in het vlees. In deze Sloveense versie wordt niet alleen rundvlees gebruikt, maar ook hert en varken. Het is daarmee een afspiegeling van de rijkdom die dit fraaie land te bieden heeft.

naar het recept

 


Gobov golaž s krompirjem
Paddenstoelengoulash met aardappelen

Een fraaie vegetarische en voedzame goulash voor de herfst, met aardappelen en veel verschillende soorten paddenstoelen.

naar het recept

 


BOSNIË
Bosanski gulaš
Bosnische goulash

Rund- of schapenvlees, daar maken ze in het Islamitische Bosnië hun goulash mee, want varkensvlees is er uiteraard uit den boze.

 

SERVIË


Srpski gulaš
Servische goulash

Wat deze Servische goulash Servisch maakt, dat is de vegeta (een soort instant-bouillon), de grote hoeveelheid tomaten en het basilicum. Wat verder belangrijk is bij deze goulash is dat ze niet wordt gebonden met brood of bloem. De dikke saus ontstaat door het gelerende bindweefsel in het vlees en het inkoken van het vocht. Niet toevallig gebruiken ook de Serven het Duitse woordje “Saft” als ze het over de saus van de goulash hebben, net zoals ze dat in Wenen doen. De tomaten worden pas aan het eind van de kooktijd toegevoegd. Dat voorkomt dat het zuur van de tomaten het garingsproces van het rundvlees versnelt. Zo krijgt het bindweefsel alle tijd om te geleren.

naar het recept
 


Zlatiborski gulaš
Goulash uit Zlatibor

Deze Servische goulash van varkensvlees en champignons komt uit Zlatibor, een bergachtige streek die bij toeristen geliefd is vanwege de garantie van een dik pak sneeuw in de winter, maar ook vanwege de lange en warme zomers. Naast het skieën, wandelen, jagen en vissen in de prachtige natuur heeft Zlatibor nog wat trekpleisters in petto, zoals het dorp Mokra Gora met haar beroemde spoorlijn, de Šarganska osmica, het historische dorp Drvengrad, Sirogojno met zijn openluchtmuseum en -last but not least- het dorpje Kremna, waar het houten huisje nog te zien is van Mitar Tarabić (1829-1899), die in de wijde omtrek een reputatie had voor het voorspellen van de toekomst.
Tarabić kon lezen noch schrijven, maar vertelde zijn voorspellende visioenen aan zijn peetvader, de dorpspastoor Zaharije Zaharić, die ze ijverig noteerde in een boekje. Omdat er in de lange jaren sinds diens diens dood in 1918 inmiddels twaalf van elkaar verschillende kopieën van deze “Profetieën van Kremna” zijn opgedoken wordt er ernstig getwijfeld aan de echtheid. Maar waarom zouden we een fraai verhaal verpesten met zoiets pietluttigs als de waarheid?
Laten we het erop houden dat de profetieën met wonderbaarlijke precisie een aantal gebeurtenissen uit de afgelopen eeuw voorspeld hebben zoals de moord op koning Alexander Obrenović en zijn vrouw Draga in 1903, WOI, de ondergang van het Habsburgse Rijk, WOII, de oprichting van de Verenigde Naties en het uiteenvallen van Joegoslavië.
Een hele fraaie gaat als volgt: “De mens zal een doos maken met daarin een of andere machine die beelden maakt. Mensen zullen kunnen zien wat er gebeurt op elke plek in de hele wereld.”

Goulash uit Zlatibor…. spooky!

naar het recept

 

© 2016, M.S.F. Wick


vorige pagina

volgende pagina

Goulash – Slowakije


Slovenský guláš
Slowaakse goulash

Deze goulash wordt ook wel Kotlíkový guláš genoemd, ketelgoulash. Precies zoals de Hongaarse bográcsgulyás gemaakt met hetzelfde kookgerei en dezelfde ingrediënten, maar met één verschil: het vlees. Deze Slowaakse goulash wordt namelijk niet gemaakt met rundvlees, maar met varkensvlees, of soms ook met half rund- half varkensvlees. De versie met rundvlees wordt in Slowakije gewoonlijk Maďarský guláš, Hongaarse goulash, genoemd. “Gewoonlijk”, want er doen ook recepten de ronde voor Maďarský guláš waar alleen varkensvlees voor gebruikt wordt.
De verwarring zal ongetwijfeld te maken hebben met de rotsvaste overtuiging van veel Slowaken dat goulash van oorsprong helemaal geen Hongaars gerecht is. Het zou -aldus het verhaal- samen met de Osmaanse legers de Balkan zijn binnen komen marcheren, wat het gebruik van paprika als kruiderij zou verklaren. Volgens anderen zou het een gerecht zijn van de schaapherders uit de Tatra, die de eersten zouden zijn geweest die, via de Karpaten vanuit het zuidoosten komend, het Slowaakse grondgebied zijn komen bevolken. Waar de naam gulyás dan wel vandaan komt, dat wordt door geen van die verhalen op bevredigende wijze verklaard, maar een kniesoor die daarop let. Waar iedereen het in ieder geval over eens is, dat is dat die verdraaide Hongaren zich de goulash -onterecht! onterecht!- als “nationaal gerecht” hebben toegeëigend.

naar het recept
 


Segedínsky guláš
Szeged goulash

In Slowakije heeft deze Segedínsky guláš de status van niet minder dan “gouwe ouwe”, en ook in Tsjechië, Slovenië, Oostenrijk en Zuid-Duitsland is het een populaire gast op tafel. Geen wonder ook, want deze combinatie van boterzacht varkensvlees en zuurkool in een romige paprikasaus is hartverwarmend en eenvoudigweg onweerstaanbaar.
Bij het recept voor de Hongaarse Székelygoulash hebben we al uitgebreid de naam proberen verklaren, dus dat gaan we hier niet nog eens doen. De ingrediënten van beide stoofpotten zijn hetzelfde, maar de bereidingswijze is wezenlijk anders. Maak er in ieder geval extra veel van, want van deze goulash wordt beweerd dat hoe vaker je hem opwarmt, hoe lekkerder hij wordt.

naar het recept

 


Baraní guláš
Goulash van lamsvlees

Slowakije is al van oudsher een echt schapenland. Die beestjes verspreidden zich, samen met hun herders, via de hellingen van de Karpaten helemaal vanuit Walachije in het zuiden van Roemenië over de Slavische landen, via Bessarabië, Oekraïne en Polen naar het huidige Slowakije. Van de melk, daarvan maken de Slowaken hun fameuze bryndza, een nogal sterk riekende kaas met een uitgesproken smaak, die eigenlijk met geen andere schapenkaas te vergelijken is. Van de wol breit oma een paar lekker warme sokken en van de lammetjes, daar maken we deze goulash van.

naar het recept

 


Bratislavský guláš
Goulash uit Bratislava

In hoofdstad Bratislava mag het allemaal wat luxer. Deze rundergoulash wordt gemaakt met wortelgroenten en witte wijn, gekruid met mosterd, laurier, citroensap en piment, en verrijkt met lekker veel zure room. Stadse kapsones, dat zijn het.

naar het recept

 


Guláš s klobásou
Worstgoulash

Goulash voor de gewone man, want alle dagen duur rundvlees op tafel, dat kon bruintje vroeger niet trekken. Worst, dat was nog wel te doen. In veel stukjes, zodat niemand iets te kort kwam.
Het woordje klobásou betekent gewoon worst en duidt geen specifieke soort aan. Bedoeld wordt in de meeste gevallen een gerookte varkensworst, al dan niet pittig gekruid.

naar het recept

 


Divinový guláš
Wildgoulash

Een goulash van hert en everzwijn, gekruid met koreni Svatý Hubert: St.Hubertuskruiden. Dat is een mengsel van gemalen laurierblad, jeneverbes, tijm, peper, koriander, salie, gember, zout, Spaanse peper, suiker en kruidnagel.
naar het recept

 

© 2016, M.S.F. Wick


vorige pagina

volgende pagina

Goulash – Tsjechië

Tsjechië was, naast Hongarije, het andere hartland van het Oostenrijkse keizerrijk, zij het misschien wat minder van harte dan het de keizer lief was. Hoe dan ook, de fraaie stad Praag komt de eer toe als de plaats waar het eerste recept voor goulash in druk verscheen, en wel in het “Kochbuch der Wirthschaftlichen Prager Köchinn” uit het jaar 1819. De auteur bleef anoniem. Dat is jammer, anders had er misschien nog wel een standbeeld voor hem/haar in gezeten, want goulash wordt er tot op de dag van vandaag veel en gaarne gegeten. Zo veel zelfs, dat de goulash uit dat eerste recept het geschopt heeft tot een plaatsje in de top tien van het nationale culinaire erfgoed. Uit deze traditionele rundergoulash hebben zich in de loop der jaren allerlei varianten ontwikkeld, waarin gegoocheld wordt met het vlees, de groenten, de kruiden of het stoofvocht. Wat al die varianten met elkaar gemeen hebben en waarin ze verschillen in die van de omringende landen, dat is vooral de saus. Tsjechische goulash wordt opgediend in een grote plas niet al te dikke saus. En hier wordt duidelijk waarom deze stoofpot steevast vergezeld gaat van de fameuze knedliky, de knoedels. Geen bijgerecht is namelijk zo uitermate geschikt om al die kostelijk smakende stoofsappen mee op te soppen.


Hovězí guláš
Rundergoulash

Tradiční hovězí guláš: traditionele rundvleesgoulash, dat is eigenlijk de officiële naam van dit gerecht, maar in de omgang zeg je gewoon Tsjechische goulash, dan weet iedereen waar je het over hebt. Onontbeerlijk bij iedere Tsjechische goulash is ook het bijgerecht, de knedlíky, waarmee het zwembad van niet al te dikke saus zo heerlijk kan worden opgesopt.

naar het recept

 


Hospodský guláš
Eethuis-goulash

De traditionele goulash zoals die in ieder Tjsechische eethuis, de hospoda of hostinec, geserveerd wordt. In een grote plas saus, met een paar schijven knedlíky.

naar het recept

 


Gulaš podle Magdaleny Rettigové
Goulash volgens Magdalena Rettigova

Het grootste compliment dat je een Tsjechische thuiskok(kin) kunt geven is “Vaří jako Rettigová!”: koken als Rettigova! Dat gaan we met dit recept doen.
Magdalena Dobromila Rettigova werd op 31 januari 1785 geboren in Všeradice, een dorpje iets ten westen van Praag. Het was een begaafd meisje dat al op jonge leeftijd, tijdens haar schooltijd in de stad Pilsen, gedichten schreef. Als jong volwassene begaf ze zich op het terrein van het romantische proza, waar haar eerste schreden glibberden van stroperig sentiment. Het boek dat haar werelberoemd maakte in heel Tsjechië was echter uiterst nuchter van aard. Het dateert van 1826 en is getiteld: “Domácí kuchařka aneb Pojednání o masitých a postních pokrmech pro dcerky české a moravské”, oftewel “Thuiskookboek of verhandeling over vlees- en vastengerechten voor Boheemse en Moravische meisjes”.
Het boek bevat niet minder dan 1150 recepten, de meeste zeer eenvoudig en gebruik makend van wat er dagelijks op de markt te koop is of wat je in je eigen tuin kunt laten groeien. Alles wordt gebruikt; niets wordt weggegooid. Dat maakt het boek zeer praktisch en gebruiksvriendelijk, maar wat het vooral zo beroemd maakte is dat het niet in het Duits, maar in het Tsjechisch was geschreven. Een absolute noviteit, waarmee Rettigova -zeer bewust en zeer overtuigd- aansloot bij de Tsjechische nationalistische beweging die in de loop van de negentiende eeuw steeds meer en steeds vuriger aanhangers kreeg. Ze hielp ook bij de oprichting van een opleidingsinstituut voor meisjes, maar waar het de huiselijke kring betrof bleek Magdalena heel wat minder vooruitstrevend: het belangrijkste advies dat ze de pupillen meegaf was om hun a.s. echtgenotes, ten koste van alles, gelukkig te houden.
Rettigova stierf in 1845, op 60-jarige leeftijd in Litomyšl. Haar boek wordt nog steeds herdrukt en is te vinden op de boekenplank van menig Tsjechisch huisgezin. Dit recept voor goulash komt uit dat boek. Het gaat zo:

“Snij voor zes personen minstens anderhalf tot twee pond eerder geklopt rundvlees in zeer kleine stukjes als kleine brooddobbelsteentjes, het beste is daarvoor de runderhaas of van de bil of anders van de rib; doe in een braadpan een stukje boter, op 2 pond ongeveer 35, hoogstens 50 gram, dan twee fijngesneden uien en een kleingesneden peterseliewortel, laat alles snel stoven; wanneer het te droog wordt, giet er lepelgewijs runderbouillon bij, vooral daarom mag het niet te veel gezout worden, omdat, wanneer men dan runderbouillon, die ook gezouten is, bijschenkt, men het snel te zout zou kunnen maken; wanneer het voldoende zacht is, laat het tot weinig vocht inkoken, kruid het met een beetje majoraan en paprika, of bij gebrek daaraan, met peper, schep het op, maak er een krans rond van gesmoorde aardappellen zoals bij no.7* en dien het op.
NB. Dit goulashvlees kan men ook van kalfs- of lamsvlees maken.”

* De aardappelen van recept nr. 7 gaan zo: “schil de aardappelen en snij ze in dunne plakjes. Leg ze minstens een half uur in koud water. Dep ze goed droog met een doek en bak ze dan in gesmolten boter, kruid ze met zout en laat ze goudbruin bakken. Wie een vriend van de ui is kan, voordat hij de aardappelen er in doet, kleingesneden uien in de boter bruin bakken.”

 


Plzeňský guláš
Goulash als in Pilsen

Het Boheemse Pilsen verwierf wereldfaam als de stad waar het pils werd uitgevonden, dat troostrijke vocht van helder gouden zonneschijn. Ook deze goulash is er bedacht, want bier heeft een stevige ondergrond nodig.

naar het recept

 


Popovičky gulaš
Goulash uit Popovice

Deze “Popovičky-goulash” is bedacht in de Kozel brouwerij. Die staat namelijk in het dorpje Velké Popovice, vandaar de naam. Het basisrecept is bijna hetzelfde als dat voor de traditionele Tsjechische goulash. Toch zijn er wat verschilletjes: deze goulash wordt gebonden met in bier gedrenkt brood en geserveerd met geraspte verse mierikswortel. Bovendien wordt er niet aan het begin, maar op het laatste moment bier toegevoegd. Krijgt de alcohol geen tijd om te verdampen.

naar het recept

 


Karlovarský guláš
Goulash als in Karlovy Vary

In 1370 stichtte koning-keizer Karel IV bij de geneeskrachtige bronnen van Vary (wat letterlijk “de kokenden” betekent), een stad die hij zijn eigen naam gaf: Karlovy Vary, of in het Duits: Karlsbad. Vele beroemde bezoekers heeft het fraaie kuuroord sindsdien mogen verwelkomen waaronder Mozart, Chopin, Schiller, Goethe, Beethoven, Kemal Atatürk en tsaar Peter de Grote, om er maar eens een paar namen tegenaan te gooien. In de 19de eeuw groeide de stad uit tot een ontmoetingsplaats voor de hele Centraal-Europese jet-set, niet alleen in de ziekenboeg en rond de warmwaterbronnen, maar vooral ook in de casino’s, de restaurants, de concertzalen en andere gelegenheden tot vermaak. De bezoekersaantallen, die in de 18de eeuw nog bescheiden genoemd moesten worden, stegen jaar na jaar, tot de Grote Oorlog een einde aan het feestje maakte. Met de belangstelling is het sindsdien meer dan goed gekomen, waarbij het kuuroord haar goede naam heeft weten te behouden. Voorwaar geen geringe prestatie is als je ziet wat er op een zomerse dag allemaal door de straten schuifelt. De fraaie gevels uit het fin-de-siècle zijn echter gebleven, en daarbij past deze elegante, milde rundergoulash met room als een handschoen. Maar dan uiteraard wel eentje van glacéleder.

naar het recept

 


Znojemský guláš
Znojmo goulash

Staat er Znojmo in de naam van een Tsjechisch gerecht, dan zitten er augurken in. Zo simpel is dat, en in deze Znojmo goulash is dat niet anders.

naar het recept

 


Svratecký guláš
Svratka-goulash

Deze milde goulash uit Moravië smaakt het beste met bramboráky, de onweerstaanbare aardappelpannenkoekjes die worden gekruid met knoflook, paprikapoeder en karwij.

naar het recept

 


Koňský guláš
Paardengoulash

Goulash van paardenvlees. Vol met ijzer zit het, dat vlees. Wordt je een grote meid/jongen van.

naar het recept

 


Zabíjačkový guláš
Varkensslachters goulash

De zabíjačka is het traditionele thuis slachten van varkens. Vandaag de dag gebeurt dat thuis slachten nauwelijks nog, maar het feestje is blijven bestaan. Zabíjačka’s worden georganiseerd ter gelegenheid van ambachts- en adventsmarkten, folklore-festivals, carnaval en andere volks- en bedrijfsfestiviteiten. Meestal beperkt men zich tot een eetfestijn waarbij grote hoeveelheden worst, geroosterd vlees en hoofdkaas weggespoeld worden met sloten bier. En deze goulash dus, van varkenslvees.

naar het recept

 


Hornický guláš
Mijnwerkersgoulash

De naam, mijnwerkersgoulash, heeft dit recept te danken aan de Ostravská klobasá, een worst die halverwege de twintigste eeuw is bedacht in mijnwerkersstad Ostrava. Het is een gerookte worst van fijngemalen vlees met daartussen mooie blokjes mager varkensvlees. De slager bij je om de hoek heeft waarschijnlijk geen Ostravská klobasá, maar hij heeft vast en zeker wel een goed alternatief. Een rookworst bijvoorbeeld, maar dan wel een echte.

naar het recept

 


Houbový guláš
Paddenstoelengoulash

Het verzamelen van paddenstoelen in het bos is in Tsjechië zo ongeveer tot nationale sport verheven: hele families trekken er met hun mandje op uit om al het gratis heerlijks wat er zwammen en schimmels op en onder de bomen groeit te oogsten. Daar maken ze de heerlijkste dingen mee, zoals deze vegetarische goulash van wilde paddenstoelen. Wij kopen ze gewoon in de winkel of op de markt, want in onze contreien wordt het, in tegenstelling tot Tsjechië, weinig soorten die niet beschermd, door de overheden maar matig op prijs gesteld wanneer de burger zijn voedsel in het bos gaat zoeken.

 


Paprikás csirke
Paprikakip

Wat ze ervan vinden in Hongarije? Een schande, dat vinden ze ervan in Hongarije. Hebben die Tsjechen eerst hun geliefde goulash ontheiligd door er een bruinig prutje van te maken met hun eeuwige bier, en vervolgens hebben ze ook hun tengels niet kunnen afhouden van hun fameuze paprikás csirke. Azijn gooien ze erin, die Tsjechen! Champignons! Selderijzout! Het is verdorie een schande. En dit bij elkaar geraapte zootje dan ook nog dezelfde naam durven geven als hun elegante kipgerecht, dat zich juist kenmerkt door de perfectie van de eenvoud? Bah!
Flauwe kul natuurlijk, maar deze paprika-kip is uiteraard wel een van oorsprong Hongaars recept. In Tsjechië hebben ze er, net als met hun Tsjechische goulash, net weer wat anders van gemaakt. Maar welke nou het lekkerste is? Ik zou zeggen: probeer ze allebei.

naar het recept

© 2016, M.S.F. Wick


vorige pagina

volgende pagina

Goulash – Oostenrijk (2)


Rindsgulasch
Rundergoulash

Een rundergoulash is niet hetzelfde als een saftgoulash. Een rundergoulash wordt niet gemaakt van de schenkel, maar van hetzij een typisch stoofvlees als riblappen, of een sjieker soort vlees zoals mooi gemarmerde bieflappen. De stooftijd is uiteraard daarvan afhankelijk.
naar het recept

 

Salongulasch
Salongoulash is een rundergoulash, maar dan gemaakt van ossenhaas. De blokjes vlees worden niet eerst aangebraden, maar worden, na het bakken van de uien en het afblussen met vocht, in de goulash meegekookt. Het vlees hoeft niet eindeloos lang gestoofd te worden. Een half uurtje, dan ben je klaar. Een salongoulash wordt meestal opgediend met bandnoedels.

naar het recept

 


Rahmgulasch
Roomgoulash

Deze roomgoulash wordt gemaakt met witte wijn en champignons. De saus wordt op het laatst gebonden met flink wat room waar een lepel bloem door is gemengd.
naar het recept

 

Esterházygulasch
Dit is een roomgoulash zonder champignons die wordt gegarneerd met Wurzelwerk. Dat is in Julienne gesneden geblancheerde groenten als wortel, prei en knolselderij. De goulash is vernoemd naar een van de schathemelrijke vorsten Esterházy de Galántha. Welke wil ik kwijt zijn.

 


Bauerngulasch
Boeren goulash
Deze Boerengoulash is een goulash van rundvlees en spek waaraan allerlei soorten groenten zijn toegevoegd.

naar het recept

 


Rotweingulasch
Rode wijn goulash

Zweigelt (ook wel Blauer Zweigelt, Zweigeltrebe of Rotburger genoemd) is een kruising van de oude rassen St.Laurent en Blaufränkisch. De druif wordt vooral verbouwd rond de Neusiedlersee en in Nederoostenrijk. De wijnen die ermee geproduceerd worden zijn vol en fruitig en hebben een violet-rode kleur. Met deze wijn gaan we goulash maken.

naar het recept

 


Hirschgulasch
Hertengoulash

Deze goulash van hert kun je ook maken met andere soorten wild zoals ree, wild zwijn, haas of gems.

naar het recept

 


Erdäpfelgulasch
Aardappelgoulash

Vandaag de dag is vegetarisch eten in de mode, want gezond en ook nog eens lief voor de dieren, maar in vroeger tijden was deze aardappelstoofpot de goulash voor de arme donders die zich geen vlees konden veroorloven. Soms, op zondag, als ze geluk hadden, dan kregen ze er een stukje worst of spek bij. Feest!

naar het recept

 


Erdäpfelgulasch 1914
Aardappelgoulash 1914

Aan het begin van de Grote Oorlog van 1914 – 1918 verscheen in Wenen een boekje met kookrecepten voor oorlogstijd. Tussen de vele vegetarische recepten waar het boekje de lezer mee wil helpen om de te verwachten magere tijden door te komen staat deze eenvoudige aardappelgoulash. Ook lekker als er niet geschoten wordt.

naar het recept


Erdäpfelgulasch mit Dürre
Aardappelgoulash met worst

Een “Dürre” is een gerookte worst van rund- en varkensvlees, gekruid met knoflook, majoraan en peper. De naam komt van het stuk runderdarm waar de worst mee werd -en soms nog wordt- gemaakt.

naar het recept

 


Eierschwammerlgulasch
Goulash van cantharellen

“Eierschwammerln” is het Oostenrijkse woord voor cantharellen, die heerlijke goudgele zwammetjes die van het leven zo een feest maken.

naar het recept

 


Umurkengulasch
Komkommergoulash

In deze lijst van vegetarische goulash doen we ook een komkommergoulash. Een Weense, want alleen in Wenen is een “Umurke” een komkommer.

naar het recept

 


Paradeiser-Kürbisgulasch
Tomaten-pompoengoulash

De pompoen, die heerlijke, maar nog steeds schromelijk onderschatte groente, die tegelijkertijd basis, ruggengraat en hoofdrolspeler kan zijn van de heerlijkste soepen, de lekkerste nagerechtjes en de smakelijkste stoofschotels. Deze pompoengoulash is daar een onweerstaanbaar voorbeeld van.

naar het recept

 

© 2016, M.S.F. Wick


vorige pagina

volgende pagina

Goulash – Oostenrijk (1)


Wiener Saftgulasch
Weense rundergoulash

De bekendste van alle Oostenrijkse goulash is zonder twijfel deze Saftgulasch. Het woordje “Saft” slaat op een bijzondere eigenschap van deze goulash. De heerlijke, rijke saus van dit gerecht wordt niet gebonden met brood of meel, maar door de tot pap gekookte uien en het bindweefsel in het gebruikte vlees, de runderschenkel. Een inferieur stuk vlees, zou je zeggen, maar voor deze goulash het enige dat in aanmerking komt. Het vele bindweefsel in dit stuk vlees geleert tijdens het steeds weer opwarmen van de goulash en vormt samen met de uiteenvallende uien tot een fraaie, dikke saus met een volle smaak.
Deze goulash wordt ook wel Wirtshausgulasch genoemd. Zoals we in het eerste hoofdstuk hebben gezien waren de Weense herbergen en café’s namelijk bij uitstek de plaatsen waar goulash werd bereid en gegeten. Ook als het in Wenen zo populaire Gabelfrühstück* staat het tot op de dag van vandaag overal op de kaart, waarbij al van oudsher onderscheid wordt gemaakt tussen de “kleine” en de “grote” goulash: het eerste met drie, het tweede met vijf stukken vlees. Deze strak gehandhaafde traditie ten spijt komt het helaas steeds minder vaak voor dat er werkelijk de aandacht en het werk aan is besteed die dit gerecht nodig heeft. In veel gevallen wordt zelfs, om personeelskosten te besparen, het vlees gekookt in kant-en-klare Saft met uien, die in emmers van 10 liter bij de groothandel worden aangeschaft. Wat heerlijke malse brokken zaligheid zouden moeten zijn, smeltend op je tong in een rijke en zijdezachte saus, wordt zo vaak een teleurstellende plas vettige vloeistof met wat stukken draderig vlees waaraan zich glazige knobbels vet hardnekkig vastklampen. Wie een van de schaarse adresjes kent waar nog tijd en aandacht is om de echte Weense goulash te maken moge zich gelukkig prijzen. De rest maakt het gewoon zelf.

*Een Gabelfrühstück is een gewoonte die tegen het einde van de 18de eeuw is over komen waaien uit het Parijs aan de vooravond van de Franse Revolutie. Naar verluidt was dat te danken aan de heren van de Assemblée Législative, de Wetgevende Vergadering, die pas aan tafel konden na afloop van de zittingen, rond de klok van vijf in de namiddag. Hetzelfde gold voor openbare ambtsdragers en administratief personeel, die op hun post moesten blijven tot de gedeputeerden waren uitgedelibereerd. Zo werd het tijdstip van het middagmaal naar steeds later verschoven, naar het einde van de middag of het begin van de avond. Ter compensatie werd het ontbijt twee keer gebruikt. ‘s Ochtends bij het opstaan eerst een lichte maaltijd, het “petit déjeuner” of het “déjeuner à la tasse”, het “ontbijt met het kopje”, wat bestond uit een kop koffie of chocolade en een luxe broodje. Wat later, rond elf uur, volgde dan een substantiëlere maaltijd met een uitgebreide keus aan kleine, elegante gerechtjes in de vorm van een warm buffet. Dat was het “déjeuner à la fourchette” oftewel het “ontbijt met de vork”. De Parijse mode verspreidde zich snel, ook naar Wenen, waar ze ingang vond onder de naam van Gabelfrühstück. Dat Gabelfrühstück was ook in Wenen aanvankelijk alleen iets van de betere klasse, die verfijnde gerechtjes nuttigden als kreeftengelei, consommé clair, wilde eend met olijven, kalfskop à la vinaigrette en aardbeien in rode wijn. De doorsnee Weners, die om vijf uur ‘s ochtends hun bed uit moest om in het zweet huns aanschijns de kost te verdienen, die hadden tegen de middag h-o-n-g-e-r. Voor hen serveerden de eetgelegenheden een Gabelfrühstück waar de motor op kon draaien; echte Weense specialiteiten zoals Krenfleisch, Wurstl mit Kraut, faschierte Laibchen, Ochsenschlepp, Bruckfleisch en -natuurlijk- goulash.

Het belangrijkste wat we nodig hebben voor het maken van deze goulash is tijd. De term slow-cooking is in dit geval beslist een understatement, want je bent minimaal drie dagen verder voordat de uien, het vlees en het vocht getransformeerd zijn tot wat zich een echte Weense goulash mag noemen. Wat je verder nodig hebt zijn een zware pan van gietijzer en zo’n klein duikbrilletje. Dat brilletje dient om je ogen te beschermen tijdens het snijden van de grote hoeveelheid uien. Het vlees, de schenkel (ook wel “beenschijf” genoemd), die moet van de voorpoot zijn. Die heeft namelijk meer bindweefsel dan de achterschenkel. Runderschenkels worden in Oostenrijk verkocht zonder het bot. Dat snijden we er dus uit en gebruiken we voor iets anders, een soepje of zo. Wat we verder nodig hebben is bier. Het was een goed gebruik onder de Weense cafébazen om de “Bierhansl”, de restjes bier die in de glazen bleef staan, niet door de gootsteen maar in de goulash te gooien. Zoveel restjes hebben we thuis niet, dus nemen we een flesje.
In dit recept wordt de goulash deels in de oven bereid. Dat doen we om twee redenen: ten eerste omdat we de goulash dan heel eenvoudig op een constante temperatuur kunnen laten smoren, en ten tweede omdat we dan ondertussen iets anders kunnen gaan doen. In een restaurantkeuken is er altijd wel iemand om een oogje in het zeil te houden, maar thuis gaan we natuurlijk niet urenlang naast een pan goulash zitten duimendraaien. Kom zeg, we hebben nog wel wat anders te doen.

naar het recept

Sachergulasch
Een Sacher goulash, genoemd naar het wereldberoemde hotel-restaurant van die naam, is precies dezelfde saftgoulash, maar dan met wat citroenschilletjes erin. Uiteraard wel opgediend op een porseleinen bordje door een kelner met witte handschoentjes.

Fiakergulasch
De fiakers, dat zijn de beroemde Weense koetsiers, genoemd naar hun ‘fiacre’, het vierwielige rijtuig dat wordt getrokken door een tweespan. Een fiakergoulash is precies dezelfde goulash als een Saftgoulash, maar nu opgediend met een spiegelei, een gebraden worstje en een augurk. Je eet er Semmelknödel of gekookte aardappelen bij.

Herrengulasch
Een herengoulash is dezelfde fiakergoulash, met worst, spiegelei en tafelzuur. Volgens sommigen zit het verschil hem in de aardappelen, die bij deze goulash gebakken in plaats van gekookt zouden moeten zijn. Anderen zijn van mening dat er helemaal geen aardappelen in moeten, maar dat een herengoulash geserveerd moet worden met Leberknödel. De zwijgende meerderheid ziet geen verschil en is het om het even.

Damengulasch
Een damesgoulash is een Saftgoulash met aardappelnoedels oftewel spätzle. Het geheel wordt bestrooid met gehakte hardgekookte eieren en peterselie.

Stefanie Gulasch
Nog eleganter dan de damesgoulash is deze Stefanie-goulash. Het is alweer dezelfde saftgoulash, maar nu geserveerd met hardgekookte eieren, augurken en fleurons van bladerdeeg. Fleurons zijn kleine halve maantjes van deeg die worden gebakken in de oven. Je maakt ze heel eenvoudig door een pakje bladerdeeg te kopen bij de super. Dat laat je ontdooien. Steek er met een vormpje halve maantjes uit. Vet een bakplaat in met boter, leg er de maantjes op en bak ze in een op 200ºC. voorverwarmde oven in 10 minuutjes goudbruin.

Ungarische gulasch
Een Hongaarse goulash is -volgens de Weners- een saftgoulash met csipetke in plaats van een Handsemmel. De csipetke kook je de laatste paar minuten mee met de goulash.

Debrecziner Gulasch
Debrecziner goulash is de naam voor een saftgoulash waar je tien minuutjes voor het einde van de kooktijd wat reepjes groene paprika en schijfjes Debrecziner worst aan toevoegt. Deze goulash wordt opgediend met gekookte aardappelen.
Een Debrecziner is een licht gerookte worst van rund- en varkensvlees die is gekruid met paprikapoeder en knoflook, zo’n 25 cm. lang en 2 cm. dik. De worst die in Duitsland en Oostenrijk wordt gemaakt is wat milder dan de veel pikantere Hongaarse variant. Meegekookt in de goulash zorgt het voor een kruidige rooksmaak. De worst blijft ook bij een langere gaartijd zacht en sappig. De naam is overigens wel ontleend aan de Hongaarse stad Debrecen, maar de worst is er niet uitgevonden.

Ofener gulasch
Ofen is de Duitse naam voor Boeda, de stad die samen met haar zusterstad Pest, aan de overzijde van de Donau, Boedapest vormt. Een Ofener goulash is een saftgoulash die is gemaakt met rode wijn in plaats van bier. Als bijgerecht wordt er tarhonya in meegekookt en het geheel wordt geserveerd met hardgekookte eieren.

Pester gulasch
Een Pester goulash, dat is dan weer een saftgoulash, ook met tarhonya, die wordt opgediend met in blokjes gesneden groene paprika.

Pressburger gulasch
Om nog even bij de hoofdsteden te blijven: Pressburg, in het Hongaars Pozsony, was lange tijd de regeringszetel van Hongarije. Na W.O. I kreeg de stad de naam Bratislava en werd het de hoofdstad van Slowakije. Een Pressburger goulash is een doodnormale saftgoulash die wordt geserveerd met bandnoedels die na het koken nog even in boter zijn gebakken.

Triestiner Gulasch
Een goulash uit Triëste is dezelfde goulash, maar dan geserveerd met “Polentanocken”. Dat zijn -in goed Nederlands- gnocchi, gemaakt van polenta oftewel maïsmeel. Aardappelgnocchi mogen ook. De gnocchi worden, net als de noedels in de Pressburger goulash, eventjes in boter gebakken. Triëste, nu Italië, hoorde overigens tot 1918 bij Oostenrijk.

Fiumer Gulasch
Om nog even in voormalig Oostenrijks Italië te blijven: deze goulash uit Fiume is een saftgoulash die wordt opgediend met in vieren gesneden gekookte witte kool en blokjes gebakken spek.

Türkengulasch
Van nog verder oostwaarts komt de naam voor deze Weense goulash die wordt opgediend met in blokjes gesneden beenham en gestoomde rijst.

Bosnische Gulasch
Een Bosnische goulash is -volgens de Weense tradities- een saftgulasch van half rund- en half schapenvlees, waaraan tegen het einde van de kooktijd aardappelblokjes zijn toegevoegd.

Frankfurter gulasch
Als je van je saftgoulash het vlees hebt opgegeten maar nog wat saus overhebt, dan maak je daarmee een Frankfurter goulash. Doe wat in schijfjes gesneden Weense worstjes en wat fijngehakte, hardgekookte eierdooiers in de hete saus en je bent klaar.
“Wéénse worstjes? In een Frankfurter goulash??” Jawel: Weense worstjes, want de worstjes die wij en de rest van de wereld Weens noemen, die heten in Wenen Frankfurters. Dat komt zo: begin 19de eeuw vestigde een slager uit Frankfurt, ene Johann Georg Lahner, zich in Wenen, waar hij deze smakelijke kleine worstjes maakte van fijngemalen varkens- en rundvlees. Dat had hij in Frankfurt niet kunnen doen, want de varkens- en rundvleesslachterij was daar destijds streng gescheiden. De Weners waren dol op deze “Frankfurter Würstl”, en de worstjes begonnen van daaruit aan een zegetocht over de wereld, waar ze zowel als Weense, maar ook als Franfurter worstjes bekend werden. Maar niet in Duitsland. Daar heten ze perse geen Frankfurter, maar Wiener Würstchen, want volgens de Duitsers maak je Frankfurters -die daar overigens als sinds de middeleeuwen gemaakt worden- nog steeds met uitsluitend varkensvlees.

Znaimer Gulasch
Iets dichter bij huis is het Moravische stadje Znojmo, D.: Znaim, op ongeveer 80 kilometer ten noorden van Wenen. Uit Znojmo komen de beste augurken ter wereld, zo zal iedere Tsjech je zonder ook maar één keer met zijn ogen te knipperen vertellen. Een Znaimer goulash is dan ook een Saftgoulash die je op het laatste moment bestrooit met in julienne gesneden augurken.

Naschmarktgulasch
De laatste jaren is er flink de klad in gekomen, maar het was tot ver in de afgelopen eeuw goed Weens gebruik om, als je in de kleine uurtjes uit de kroeg kwam, een zgn.“Gulaschhütte” op te zoeken. Dat was een gelegenheid waar -naast een laatste afzakkertje- eenvoudige doch voedzame gerechten werden geserveerd zoals, precies, goulash. Ging je zo’n lokaal binnen aan de Naschmarkt, een favoriete plek voor feestvierders en nachtbrakers omdat daar altijd wel wat open was, dan liep je de allergrootste kans dat je daar aan een tafel terecht kwam met marktkooplui die zich opmaakten voor een nieuwe dag achter hun kraam. Een van hun favoriete gerechten was de Naschmarktgulasch, ook wel afgekort tot Marktgulasch.

naar het recept

 


Schweinswadlgulasch
Varkensgoulash

Maak je een goulash met varkensschenkel i.p.v. runderschenkel, dan heb je een Schweinswadlgulasch. Een Wadl is het Oostenrijkse woord voor schenkel. Het verschil met de Saftgulasch is niet alleen het soort vlees, maar ook dat deze varkensgoulash wordt gegaard in zoveel mogelijk haar eigen vocht. Gebruik dus beslist een schenkel, en dan nog liefst van de voorpoot. Niets anders, want dan zit je straks aan tafel met droge brokken draderig vlees en een paar lelijke gezichten.

naar het recept

 


Kalbsgulasch
Kalfsgoulash

Al even klassiek als de Saftgulasch is deze Weense goulash van kalfsvlees. Deze elegante goulash wordt traditiegewijs geserveerd met Nockerln. Nockerln zijn een soort zachte noedels van een deeg van eieren en meel, bij onze oosterburen bekend als Spätzle. Je maakt ze met behulp van een “Nockerlsieb”, in Duitsland een “spätzlehobel”. Dat is een apparaatje met gaatjes waar je het deeg doorheen werkt boven een pan met kokend water. Met een aardappelpers gaat het overigens ook prima. De Nockerln laat je na het koken even onder de koude kraan schrikken en worden dan “geschwenkt”: al omscheppend heel kort gebakken in een flinke klont roomboter.

naar het recept

 


Kaisergulasch
Keizersgoulash
Het voorvoegsel Kaiser- werd vooral in de negentiende eeuw vaak gebruikt om luxe etenswaren aan te prijzen, of in ieder geval waren die van hoge kwaliteit werden geacht. Vooral wanneer er dure zaken in werden verwerkt. Zo ook met deze fraaie Kaisergoulash. Ze is gemaakt van kalfsvlees, veel room, witte wijn, citroen en kappertjes. Dat was destijds voor Jan-met-de-pet zeker niet weggelegd, zelfs niet met Kerstmis. Met recht keizerlijk, deze fraaie goulash uit de Weense keuken.
Volgens sommigen moet deze goulash, wil het werkelijk keizergoulash heten, met lungenbraten (ossenhaas) klaargemaakt worden. Wij houden het toch maar op een kalfsschenkel, vanwege de fraaie, dikke “saft”, smeuig, rijk en vol, waardoor deze stoofschotel een waarachtig keizerlijk gerecht wordt.

naar het recept


Maximilian Gulasch
Een Maximiliaan goulash is een Kaisergoulash die niet wordt opgediend met aardappelen, maar met een hele berg van die lekkere, goudgeel gebakken frietjes. Het gerecht is vernoemd naar de broer van keizer Frans Jozef I, Ferdinand Maximiliaan, die in 1864 met wat hulp van de Fransen keizer van Mexico werd en die, na drie jaren van oorlog en ellende, met wat hulp van de Mexicanen met zijn voeten voorop weer naar huis werd gestuurd.

 

© 2016, M.S.F. Wick


vorige pagina

volgende pagina

Goulash – Hongarije (2)

Pörkölt

Pörkölt, de droge versie van goulash, komt het meest in de buurt van wat er buiten Hongarije onder goulash wordt verstaan. Je eet het met tarhonya, galuska, rijst, gekookte aardappelen, brood of fabriekspasta, afhankelijk van het recept en van je smaak. In Hongarije eten ze er meestal dan ook nog wat tafelzuur bij, zoals ingelegde augurken of pepers. Deze, van rundvlees en rode wijn, is een van de meest bekende.

naar alle recepten voor pörkölt

 


Paprikás csirke
Kip paprikás

“Paprikás”, is in Hongarije de naam voor een goulash met room. Zo heet bijvoorbeeld een romige goulash van paddenstoelen gombapaprikás, eentje met meerval heet harcsapaprikás en een van aardappelen noemen ze paprikás krumpli. Deze gouwe ouwe, met kip, heet “paprikás csirke”..

naar het recept

 


Tejfölös gombapaprikás
Romige paddenstoelenpaprikás

De naam van deze goulash is eigenlijk een pleonasme, want een paprikás, we hebben het al gezien, is per definitie al “tejfölös”, romig.

naar het recept

 


Paprikás krumpli
Aardappel paprikás

Goulash voor de arme sloebers die zich geen vlees konden veroorloven is het, deze paprikás van aardappelen. De plakken worst, die gingen er alleen in op hoogtijdagen, als het echt feest was.

naar het recept

 


Harcsapaprikás
Paprikás van meerval

Deze paprikás van meerval is de gebruikelijke variant met vis op het veel bekendere romige stoofpotje met kip, de csirke paprikás. Laat het niet te lang op het vuur staan, want dan wordt de vis droog.

naar het recept

 

Pontypaprikás
Paprikás van karper

 

Lecsó
Letsjo

Lecsó is, strikt genomen, geen goulash, maar we zetten het er voor de volledigheid toch bij, te meer omdat het vaak gebruikt wordt om goulash, pörkölt en (goulash)soep mee op te peppen.
Lecsó is een soort ratatouille van tomaten, uien en paprika’s, gekruid met paprikapoeder. Vaak gaat er spek door, wat voor het zout zorgt. Doe er dus een snuf zout in als je geen spek wil gebruiken. Gouden regel bij het maken van lecsó is dat je altijd veel meer paprika’s gebruikt dan tomaten, en meer tomaten dan uien. Lecsó kan heel goed op zichzelf staan als licht (lunch)gerecht met knapperig brood of rijst, maar kan ook dienen als bijgerecht.

naar het recept
 

© 2016, M.S.F. Wick


vorige pagina

volgende pagina

Goulash – Hongarije (1)

GOULASH uit HONGARIJE


Bográcsgulyás
Ketelgoulash

Bográcsgulyás of ketelgoulash wordt beschouwd als de oervorm van goulash. Het is een simpel gerecht, gemaakt van niet meer dan rundvlees, paprikapoeder, uien, aardappelen en karwijzaad. Dat “bogrács” staat voor het kookgerei waarin de koeherders, de gulyás, hun potje kookten: een ketel die aan een driepoot boven een vuurtje hangt.

naar het recept 

 


Andrássy gulyás
Andrássy goulash

Een variant op de ketelgoulash is de Andrássy goulash, die gemaakt wordt volgens precies hetzelfde recept maar dan zonder de aardappelen.

 


Alföldi gulyás
Poesta goulash

“Alföld” is de Hongaarse naam voor de Grote Hongaarse Laagvlakte, het bijna eindeloze grasland dat zich uitstrekt over het gehele zuid-oosten van Hongarije. De goulash wordt opgediend met csipetke. Dat zijn kleine noedeltjes van ei en bloem, die er de laatste paar minuten in worden meegekookt.

naar het recept

 


Aratógulyás
Oogst goulash

Het woord aratás betekent oogst. Oogstgoulash dus, en deze goulash dankt haar naam ongetwijfeld aan de groenten die erin zijn verwerkt.

naar het recept

 


Palóc gulyás
Palóc goulash

De Palóc is een bevolkingsgroep die zich ergens in de 9de eeuw vanuit het oosten in het Cserháter heuvelland hebben gevestigd, noordoostelijk van Boedapest, in het grensgebied met Slowakije. Wat deze goulash onderscheid van andere, dat zijn de sperziebonen. Het vlees kan rund-, varkens- of -zoals in dit recept- lamsvlees zijn, maar de sperziebonen moeten er in. Geen sperziebonen, geen Palóc gulyás.

naar het recept

 


Csángó gulyás
Csángó goulash

De Csángó (Roemeens: Ceangăi) is een groep etnische Hongaren in Roemeens Moldavië, de streek in het noordoosten van Roemenië. Hoewel de Csángógemeenschap in veel zaken niet te onderscheiden is van de Roemeense, zijn er een paar fundamentele culturele verschillen zoals geloof (ze zijn Rooms-katholiek, waar verreweg de meeste Roemenen Orthodox zijn), de taal (het zgn. Csángó-Hongaars), traditionele kleding en muziek. En dus ook deze goulash, die verdacht veel lijkt op de Székely goulash, waarvan het recept hierna.

naar het recept

 


Székely gulyás
Székely goulash

Net als in de Csángógulyás speelt, naast het vlees, zuurkool de hoofdrol in deze goulash. Het verschil met het vorige recept is dat ze niet is gemaakt van rundvlees, maar van varkensvlees en dat ze, net als een paprikás, wordt verrijkt met room.

naar het recept

 


Kolozsvári gulyás
Klausenburger goulash

Ook in deze kolozsvári goulash speelt kool een rol, maar dan geen zuurkool, maar rauwe kool.

naar het recept

 


Pandúrgulyás
Pandoerengoulash

De traditie wil dat deze deze stoofpot van kalfsvlees, champignons en wortelgroenten is ontstaan in Jászberény, een stadje op een kleine 100 km. ten oosten van Boedapest. Een mogelijke verklaring voor de naam zou wellicht gezocht kunnen worden in het beenmerg waarmee deze goulash wordt verrijkt.

naar het recept

 


Szegedi gulyáscsirke
Kippengoulash uit Szeged

Kippensoep, gemaakt van een hele kip en verse groenten, staat in de Verenigde Staten ook bekend als “Jewish penicillin”: Joodse penicilline, want zoals iedere Joodse mama weet is kippensoep een uiterst werkzaam medicijn bij griep en verkoudheid. Laat de winter maar komen!

naar het recept

 


Jókai bableves
Jókai bonengoulash

Deze fraaie maaltijdsoep van gerookt varkensvlees en bonen is vernoemd naar de Hongaarse schrijver Mór Jókai, een groot liefhebber van deze goulashsoep.

naar het recept

 


Lencsegulyás
Linzengoulash

Al net zo populair als bovenstaande goulash van bonen is deze, met linzen.

naar het recept

 


Zöldbabgulyás
Goulash van sperziebonen

Varkensvlees is in Hongarije op afstand het meest gegeten vlees. Dat vormt samen met de sperzieboontjes, de aardappelen en de paprika’s een voedzaam en vooral smakelijk potje goulash.
naar het recept

 


Halászlé
Visgoulash

Halászlé, dat is de soep van de vissers van de Donau en de Tisza. Het heet geen goulash, maar is het absoluut wel. Het wordt op precies dezelfde manier gemaakt als de oervorm van de fameuze ketelgoulash, maar dan niet met vlees, maar met de vissen die ter plekke gevangen worden. Halászlé wordt gewoonlijk gegeten met brood of met szélesmetélt: brede bandnoedels gemaakt van tarwebloem en eieren.

naar het recept

© 2016, M.S.F. Wick


vorige pagina

volgende pagina